BWBR0017825
Geldig vanaf 2005-01-01
Artikel 5
Besluit mandaat, volmacht en machtiging VROM 2005
1. Aan de minister blijft voorbehouden de bevoegdheid tot het nemen van besluiten met betrekking tot kaders van departementaal beleid en aangelegenheden die op grond van interdepartementale regelgeving of afspraken op het niveau van de minister dienen te worden afgehandeld.
2. Dit besluit is niet van toepassing, voor zover mandaat, volmacht of machtiging zijn verleend aan een andere instantie dan de in dit besluit genoemde.
3. In afwijking van artikel 3, is de directeur VROM Administratiekantoor van de Gemeenschappelijke Dienst bevoegd tot het in opdracht van de beslissingsbevoegde functionaris opstellen en ondertekenen van beschikkingen en correspondentie op het terrein van de personeels- en salarisadministratie van het ministerie.
4. De directeur Facilitaire en Informatiedienst is bevoegd tot het in opdracht van de beslissingsbevoegde functionaris aangaan van ministeriebrede financiële verplichtingen tot een bedrag van € 1000,– exclusief BTW per verplichting.
2. Dit besluit is niet van toepassing, voor zover mandaat, volmacht of machtiging zijn verleend aan een andere instantie dan de in dit besluit genoemde.
3. In afwijking van artikel 3, is de directeur VROM Administratiekantoor van de Gemeenschappelijke Dienst bevoegd tot het in opdracht van de beslissingsbevoegde functionaris opstellen en ondertekenen van beschikkingen en correspondentie op het terrein van de personeels- en salarisadministratie van het ministerie.
4. De directeur Facilitaire en Informatiedienst is bevoegd tot het in opdracht van de beslissingsbevoegde functionaris aangaan van ministeriebrede financiële verplichtingen tot een bedrag van € 1000,– exclusief BTW per verplichting.