BWBR0017825
Geldig vanaf 2005-01-01
Artikel 2
Besluit mandaat, volmacht en machtiging VROM 2005
1. Aan de algemene leiding wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend met betrekking tot aangelegenheden die verband houden met de taken, genoemd in artikel 3.1 van het Organisatiebesluit VROM 2005en de taak, vermeld in het Koninklijk besluit van 18 oktober 1988(Stb. 1988, 499).
2. Tot de aangelegenheden, bedoeld in het eerste lid, behoren in ieder geval:
a. besluiten tot toepassing van disciplinaire maatregelen als bedoeld in artikel 80 tot en met artikel 84 en artikel 91 en 92 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement;
b. besluiten tot toepassing van mogelijke hardheidclausules toegestaan door de minister van BZK aan de minister zoals opgenomen in het Algemeen Rijksambtenarenreglement en interne regelgeving van het ministerie;
c. besluiten tot toepassing van artikel 6a, 34, 34e, 49a t/m 49q, 113, 114, 116 en 117 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement;
d. besluiten tot toepassing van mogelijke hardheidsclausules toegekend door de minister van BZK aan onze minister zoals opgenomen in het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 en daaruit afgeleide regelingen en interne regelgeving van het ministerie;
e. het vaststellen van eventuele niet-individuele regelingen voorzover de Ambtenarenwet, het Algemeen Rijksambtenarenreglement, het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 dan wel daaruit voortvloeiende regelgeving deze mogelijkheid biedt;
f. het vaststellen van regels op het gebied van de bedrijfsvoering, waaronder begrepen personeelsaangelegenheden, het ministerie betreffende;
g. het geven van aanwijzingen op het gebied van bedrijfsvoering, waaronder begrepen personeelsaangelegenheden, het ministerie betreffende.
3. Aan de algemene leiding wordt mandaat verleend tot het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, die zijn gericht tegen besluiten die verband houden met taken van de algemene leiding, genoemd in artikel 3.1 van het Organisatiebesluit VROM 2005, tenzij het besluiten betreft die door de algemene leiding, minister of staatssecretaris zijn genomen.
4. Tot de beslissingen op bezwaarschriften, als bedoeld in het derde lid, behoren in ieder geval beslissingen op bezwaarschriften:
a. die zijn gericht tegen besluiten, bedoeld in het tweede lid;
b. die voortvloeien uit het Besluit Reorganisaties VROM 2001.
2. Tot de aangelegenheden, bedoeld in het eerste lid, behoren in ieder geval:
a. besluiten tot toepassing van disciplinaire maatregelen als bedoeld in artikel 80 tot en met artikel 84 en artikel 91 en 92 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement;
b. besluiten tot toepassing van mogelijke hardheidclausules toegestaan door de minister van BZK aan de minister zoals opgenomen in het Algemeen Rijksambtenarenreglement en interne regelgeving van het ministerie;
c. besluiten tot toepassing van artikel 6a, 34, 34e, 49a t/m 49q, 113, 114, 116 en 117 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement;
d. besluiten tot toepassing van mogelijke hardheidsclausules toegekend door de minister van BZK aan onze minister zoals opgenomen in het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 en daaruit afgeleide regelingen en interne regelgeving van het ministerie;
e. het vaststellen van eventuele niet-individuele regelingen voorzover de Ambtenarenwet, het Algemeen Rijksambtenarenreglement, het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 dan wel daaruit voortvloeiende regelgeving deze mogelijkheid biedt;
f. het vaststellen van regels op het gebied van de bedrijfsvoering, waaronder begrepen personeelsaangelegenheden, het ministerie betreffende;
g. het geven van aanwijzingen op het gebied van bedrijfsvoering, waaronder begrepen personeelsaangelegenheden, het ministerie betreffende.
3. Aan de algemene leiding wordt mandaat verleend tot het nemen van beslissingen op bezwaarschriften, die zijn gericht tegen besluiten die verband houden met taken van de algemene leiding, genoemd in artikel 3.1 van het Organisatiebesluit VROM 2005, tenzij het besluiten betreft die door de algemene leiding, minister of staatssecretaris zijn genomen.
4. Tot de beslissingen op bezwaarschriften, als bedoeld in het derde lid, behoren in ieder geval beslissingen op bezwaarschriften:
a. die zijn gericht tegen besluiten, bedoeld in het tweede lid;
b. die voortvloeien uit het Besluit Reorganisaties VROM 2001.