BWBR0017656
Geldig vanaf 2004-12-22
Artikel 1
Tijdelijke regeling verstrekking tachograafkaarten
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. tachograafkaart: kaart met geheugen als bedoeld in onderdeel kk, van hoofdstuk I, van bijlage IB, van de verordening (EEG) nr. 3821/85, zijnde een bestuurderskaart, een bedrijfskaart of een werkplaatskaart;
b. bestuurderskaart: kaart als bedoeld in bijlage 1B, hoofdstuk I, onder t, van verordening (EEG) nr. 3821/85;
c. werkplaatskaart: kaart als bedoeld in bijlage 1B, hoofdstuk I, onder qq, van verordening (EEG) nr. 3821/85;
d. bedrijfskaart: kaart als bedoeld in bijlage 1B, hoofdstuk I, onder l, van verordening (EEG) nr. 3821/85;
e. minister: Minister van Verkeer en Waterstaat;
f. voertuigen: voertuigen die op grond van artikel 1, onder a en b, van verordening (EG) nr. 2135/98 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 24 september 1998 (PbEG L 274) tot wijziging van verordening (EEG) nr. 3281/85 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer en tot wijziging van richtlijn nr. 99/599/EEG betreffende standaardprocedures voor de controle op de toepassing van verordening (EEG) nr. 3820/85 en verordening (EEG) nr. 3821/85, moeten zijn uitgerust met een in dit artikel genoemd controleapparaat.
a. tachograafkaart: kaart met geheugen als bedoeld in onderdeel kk, van hoofdstuk I, van bijlage IB, van de verordening (EEG) nr. 3821/85, zijnde een bestuurderskaart, een bedrijfskaart of een werkplaatskaart;
b. bestuurderskaart: kaart als bedoeld in bijlage 1B, hoofdstuk I, onder t, van verordening (EEG) nr. 3821/85;
c. werkplaatskaart: kaart als bedoeld in bijlage 1B, hoofdstuk I, onder qq, van verordening (EEG) nr. 3821/85;
d. bedrijfskaart: kaart als bedoeld in bijlage 1B, hoofdstuk I, onder l, van verordening (EEG) nr. 3821/85;
e. minister: Minister van Verkeer en Waterstaat;
f. voertuigen: voertuigen die op grond van artikel 1, onder a en b, van verordening (EG) nr. 2135/98 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 24 september 1998 (PbEG L 274) tot wijziging van verordening (EEG) nr. 3281/85 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer en tot wijziging van richtlijn nr. 99/599/EEG betreffende standaardprocedures voor de controle op de toepassing van verordening (EEG) nr. 3820/85 en verordening (EEG) nr. 3821/85, moeten zijn uitgerust met een in dit artikel genoemd controleapparaat.