BWBR0017462
Geldig vanaf 2009-10-16
Artikel 8
Beleidsregels werkwijze toezichthouder kinderopvang
1. Een inspectierapport bevat:
a. de naam, adres, postcode en plaats van vestiging van het kindercentrum, het gastouderbureau of de voorziening voor gastouderopvang waar een onderzoek is uitgevoerd, evenals de naam, adres, postcode en plaats van vestiging van de houder;
b. de soort opvang die is onderzocht;
c. de naam en adres van de gemeente namens wie de GGD-ambtenaar een onderzoek heeft uitgevoerd;
d. de naam en het adres van de vestiging van de GGD waar de ambtenaar die het onderzoek heeft uitgevoerd werkzaam is;
e. de aanleiding voor een onderzoek;
f. de datum en tijdstip van een onderzoek;
g. de wijze waarop een onderzoek aan de hand van een toetsingskader is uitgevoerd; en
h. een betekenisvolle beschouwing, waarin onderzoeksresultaten en conclusies congrueren en een onderscheid is aangebracht tussen de naleving van de wettelijke kwaliteitsvoorschriften en de Beleidsregels kwaliteit kinderopvang.
2. Voorts bevat een inspectierapport zo nodig:
a. een opgave van de kwaliteitsvoorschriften waaraan niet of niet in voldoende mate is voldaan, waarbij wordt aangegeven welk voorschrift van de wet of van de Beleidsregels kwaliteit kinderopvang het betreft, met dien verstande dat bij een onderzoek na een aanvraag als bedoeld in artikel 45 van de wet tevens wordt aangegeven welke voorschriften vooralsnog niet kunnen worden beoordeeld;
b. ingeval van afwijking van de Beleidsregels kwaliteit kinderopvang tevens de redenen van de houder tot afwijking daarvan;
c. een overzicht van gemaakte afspraken;
d. de aankondiging van een nader onderzoek; en
e. een advies aan het college van de gemeente waar het betreffende kindercentrum, gastouderbureau of de betreffende voorziening voor gastouderopvang is gevestigd, daaronder mede begrepen voorstellen over mogelijk te treffen maatregelen.
3. Voor dagopvang, buitenschoolse opvang, voorzieningen voor gastouderopvang en gastouderbureaus wordt een inspectierapport ingericht, overeenkomstig de bijlagen 5, 6, 7en 8bij dit besluit.
4. In de definitieve versie van het inspectierapport, bedoeld in het derde lid, wordt in ieder geval de datum opgenomen waarop het rapport definitief is vastgesteld.
a. de naam, adres, postcode en plaats van vestiging van het kindercentrum, het gastouderbureau of de voorziening voor gastouderopvang waar een onderzoek is uitgevoerd, evenals de naam, adres, postcode en plaats van vestiging van de houder;
b. de soort opvang die is onderzocht;
c. de naam en adres van de gemeente namens wie de GGD-ambtenaar een onderzoek heeft uitgevoerd;
d. de naam en het adres van de vestiging van de GGD waar de ambtenaar die het onderzoek heeft uitgevoerd werkzaam is;
e. de aanleiding voor een onderzoek;
f. de datum en tijdstip van een onderzoek;
g. de wijze waarop een onderzoek aan de hand van een toetsingskader is uitgevoerd; en
h. een betekenisvolle beschouwing, waarin onderzoeksresultaten en conclusies congrueren en een onderscheid is aangebracht tussen de naleving van de wettelijke kwaliteitsvoorschriften en de Beleidsregels kwaliteit kinderopvang.
2. Voorts bevat een inspectierapport zo nodig:
a. een opgave van de kwaliteitsvoorschriften waaraan niet of niet in voldoende mate is voldaan, waarbij wordt aangegeven welk voorschrift van de wet of van de Beleidsregels kwaliteit kinderopvang het betreft, met dien verstande dat bij een onderzoek na een aanvraag als bedoeld in artikel 45 van de wet tevens wordt aangegeven welke voorschriften vooralsnog niet kunnen worden beoordeeld;
b. ingeval van afwijking van de Beleidsregels kwaliteit kinderopvang tevens de redenen van de houder tot afwijking daarvan;
c. een overzicht van gemaakte afspraken;
d. de aankondiging van een nader onderzoek; en
e. een advies aan het college van de gemeente waar het betreffende kindercentrum, gastouderbureau of de betreffende voorziening voor gastouderopvang is gevestigd, daaronder mede begrepen voorstellen over mogelijk te treffen maatregelen.
3. Voor dagopvang, buitenschoolse opvang, voorzieningen voor gastouderopvang en gastouderbureaus wordt een inspectierapport ingericht, overeenkomstig de bijlagen 5, 6, 7en 8bij dit besluit.
4. In de definitieve versie van het inspectierapport, bedoeld in het derde lid, wordt in ieder geval de datum opgenomen waarop het rapport definitief is vastgesteld.