BWBR0017462
Geldig vanaf 2009-10-16
Artikel 7
Beleidsregels werkwijze toezichthouder kinderopvang
1. Binnen zes weken na afloop van een onderzoek als bedoeld in artikel 62, tweede en derde lid van de wetontvangt de houder het ontwerprapport.
2. Binnen twee weken na de ontvangst van het ontwerprapport, bedoeld in het eerste lid, wordt door de GGD-ambtenaar met de houder overleg gevoerd over de inhoud van het ontwerprapport.
3. De houder krijgt twee weken de gelegenheid zijn zienswijze over de inhoud van het ontwerprapport schriftelijk kenbaar te maken.
4. De toezichthouder stelt het inspectierapport binnen twee weken na het tijdstip bedoeld in het tweede of derde lid, vast. De toezichthouder stelt het college daarvan in kennis.
5. Indien ingevolge artikel 62, derde lid, tweede volzin, van de wetgeen openbaar inspectierapport wordt opgemaakt, stelt de toezichthouder de houder en het college van de gemeente waar het kindercentrum of gastouderbureau is gevestigd daarvan in kennis.
2. Binnen twee weken na de ontvangst van het ontwerprapport, bedoeld in het eerste lid, wordt door de GGD-ambtenaar met de houder overleg gevoerd over de inhoud van het ontwerprapport.
3. De houder krijgt twee weken de gelegenheid zijn zienswijze over de inhoud van het ontwerprapport schriftelijk kenbaar te maken.
4. De toezichthouder stelt het inspectierapport binnen twee weken na het tijdstip bedoeld in het tweede of derde lid, vast. De toezichthouder stelt het college daarvan in kennis.
5. Indien ingevolge artikel 62, derde lid, tweede volzin, van de wetgeen openbaar inspectierapport wordt opgemaakt, stelt de toezichthouder de houder en het college van de gemeente waar het kindercentrum of gastouderbureau is gevestigd daarvan in kennis.