BWBR0017326
Geldig vanaf 2004-10-31
Artikel 7
Tijdelijke vrijstellingsregeling Bouwstoffenbesluit 2004
1. Voor het op of in de bodem gebruiken van grond wordt vrijstelling verleend van het bepalen van de immissie ingevolge artikel 9, vierde lid, van het Besluiten het bij een melding ingevolge artikel 11, zevende lid, juncto bijlage 3, onder 4, van het Besluitverstrekken van gegevens met betrekking tot de immissie uit de bouwstof in de bodem, indien een door Onze Ministers aangewezen instantie het uitlooggedrag conform NEN 7373 heeft trachten te bepalen gedurende een periode van ten hoogste 28 dagen en daarbij een hoeveelheid percolaat is verkregen die kleiner is dan overeenkomt met een L/S-waarde van 2.
2. Voor het op of in de bodem gebruiken van niet-vormgegeven bouwstoffen, niet zijnde grond, wordt vrijstelling verleend van het bepalen van de immissie ingevolge artikel 9, vierde lid, van het Besluit, indien een door Onze Ministers aangewezen instantie het uitlooggedrag conform NEN 7373 heeft trachten te bepalen gedurende een periode van ten hoogste 28 dagen en daarbij een hoeveelheid percolaat is verkregen die kleiner is dan overeenkomt met een L/S-waarde van 2.
3. De gegevens waaruit blijkt dat aan het eerste lid wordt voldaan, worden bij de melding als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het Besluitverstrekt.
4. De gegevens waaruit blijkt dat aan het tweede lid wordt voldaan, worden tot vijf jaar na het tijdstip waarop de niet-vormgegeven bouwstof, niet zijnde grond, in een werk is aangebracht op verzoek van het bevoegd gezag verstrekt.
2. Voor het op of in de bodem gebruiken van niet-vormgegeven bouwstoffen, niet zijnde grond, wordt vrijstelling verleend van het bepalen van de immissie ingevolge artikel 9, vierde lid, van het Besluit, indien een door Onze Ministers aangewezen instantie het uitlooggedrag conform NEN 7373 heeft trachten te bepalen gedurende een periode van ten hoogste 28 dagen en daarbij een hoeveelheid percolaat is verkregen die kleiner is dan overeenkomt met een L/S-waarde van 2.
3. De gegevens waaruit blijkt dat aan het eerste lid wordt voldaan, worden bij de melding als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het Besluitverstrekt.
4. De gegevens waaruit blijkt dat aan het tweede lid wordt voldaan, worden tot vijf jaar na het tijdstip waarop de niet-vormgegeven bouwstof, niet zijnde grond, in een werk is aangebracht op verzoek van het bevoegd gezag verstrekt.