1. In dit artikel wordt verstaan onder toegestane samenstellings- of immissiewaarde van een stof: de samenstellings- of immissiewaarde van een stof, zoals aangegeven in
bijlage 2.
2. Voor het op of in de bodem gebruiken van bouwstoffen, niet zijnde grond, wordt voor de volgende stoffen vrijstelling verleend van
artikel 7, eerste lid, van het Besluit, indien de immissie van de stof niet meer bedraagt dan driemaal de daarvoor toegestane immissiewaarde:
a) antimoon;
b) barium;
c) molybdeen;
d) seleen;
e) vanadium;
f) fluoride;
g) sulfaat.
3. Voor het op of in de bodem gebruiken van keramische dakpannen, metselbakstenen, straatbakstenen, mijnsteen en gieterijreststoffen wordt vrijstelling verleend van
artikel 7, eerste lid, van het Besluitvoor de immissiewaarde voor arseen, indien de immissie van arseen niet meer bedraagt dan tweemaal de daarvoor toegestane immissiewaarde.
4. Voor het op of in de bodem gebruiken van recycling brekerzand, sorteerzeefzand en brekerzeefzand wordt vrijstelling verleend van
artikel 7, eerste lid, van het Besluitvoor de immissiewaarde voor koper, indien de immissie van koper niet meer bedraagt dan tweemaal de daarvoor toegestane immissiewaarde.
5. Voor het op of in de bodem gebruiken van betongranulaat, menggranulaat, hydraulisch menggranulaat, metselwerkgranulaat, vormzand, gieterijreststoffen, brekerzeefzand en recycling brekerzand wordt vrijstelling verleend van
artikel 7, eerste lid, van het Besluitvoor de samenstellingswaarde voor minerale olie, indien de samenstelling van minerale olie niet meer bedraagt dan tweemaal de daarvoor toegestane samenstellingswaarde.
6. Voor het op of in de bodem gebruiken van bouwstoffen, niet zijnde grond, waarvan de toegestane samenstellingswaarde voor EOCl (totaal) wordt overschreden, wordt vrijstelling verleend van
artikel 7, eerste lid, van het Besluitvoor de samenstellingswaarde voor EOCI (totaal), indien de in EOCl (totaal) aanwezige halogeenverbindingen de toegestane samenstellingswaarden voor elk van die verbindingen niet overschrijden.
7. Voor het op of in de bodem gebruiken van asfalt of asfaltbeton en gevelpleisters wordt vrijstelling verleend van
artikel 7, eerste lid, van het Besluitvoor de samenstellingswaarden voor EOCl (totaal).
8. Voor het op of in de bodem gebruiken van asfalt of asfaltbeton wordt vrijstelling verleend van
artikel 7, eerste lid, van het Besluitvoor de samenstellingswaarden voor individuele PAK’s.
9. Voor het op of in de bodem gebruiken van avi-bodemas wordt vrijstelling verleend van
artikel 7, eerste lid, van het Besluitvoor de immissiewaarde voor molybdeen.
10. Voor het op of in de bodem gebruiken van drinkwaterreststoffen wordt vrijstelling verleend van
artikel 7, eerste lid, van het Besluitvoor de immissiewaarde voor bromide, indien de immissie van bromide niet meer bedraagt dan driemaal de daarvoor toegestane immissiewaarde.
11. Voor het op of in de bodem gebruiken van gieterijreststoffen, vormzand, asfalt of asfaltbeton, bitumen dakbedekkings- en afdichtingsmaterialen en secundair bitumengranulaat in vormgegeven toepassingen wordt vrijstelling verleend van
artikel 7, eerste lid, van het Besluitvoor de samenstellingswaarde voor fenol, indien de samenstelling van fenol niet meer bedraagt dan driemaal de daarvoor toegestane samenstellingswaarde.
12. Voor het op of in de bodem gebruiken van mijnsteen wordt vrijstelling verleend van
artikel 7, eerste lid, van het Besluitvoor de immissiewaarde voor antimoon, indien de concentratie van die stof de waarde van 3 milligram per kilogram droge stof niet overschrijdt.
13. Voor het op of in de bodem gebruiken van thermisch gereinigd teerhoudend asfaltgranulaat wordt vrijstelling verleend van
artikel 7, eerste lid, van het Besluitvoor de immissiewaarde voor antimoon, mits de concentratie van die stof de waarde van 3 milligram per kilogram droge stof niet overschrijdt en de immissiewaarde voor fluoride, mits de concentratie van die stof de waarde van 500 milligram per kilogram droge stof niet overschrijdt.
14. Voor het op of in de bodem gebruiken van thermisch gereinigde grond met een gemeten lutumgehalte van minder dan 10% geldt, in afwijking van
bijlage 2, voor de omrekening van de samenstellingswaarden van de standaardgrond naar de samenstellingswaarden van de te beoordelen grond, voor barium een lutumgehalte van 10%.
15. Voor het op of in de bodem gebruiken van E-vliegas wordt vrijstelling verleend van
artikel 7, eerste lid, van het Besluitvoor de immissiewaarden voor molybdeen en seleen, indien de isolatiemaatregelen en de daarbij behorende beheers- en controlemaatregelen worden getroffen die ingevolge
artikel 10.1.1 van de Uitvoeringsregelinggelden voor de bijzondere categorie avi-bodemas, de E-vliegas tijdens aanleg tijdig, in ieder geval binnen twee dagen, wordt afgedekt en het vochtgehalte bij het aanbrengen zo laag mogelijk wordt gehouden. Voor het gebruik van E-vliegas in niet-standaard-toepassingen is
artikel 10.3.1 van de Uitvoeringsregelingvan overeenkomstige toepassing.
16. Voor het op of in de bodem gebruiken van kleischelpen in duingebieden wordt vrijstelling verleend van
artikel 7, eerste lid, van het Besluitvoor de immissiewaarde voor bromide en chloride.
17. De bepaling van de concentratie van antimoon en van fluoride, als bedoeld in het twaalfde en dertiende lid, vindt plaats overeenkomstig de volgende methoden:
a) de monstervoorbehandeling en de ontsluiting van het monster overeenkomstig het Accreditatie-programma Bouwstoffenbesluit (AP 04);
b) de analyse van het destruaat van het monster overeenkomstig de normvoorschriften, zoals aangegeven in bijlage A bij deze regeling.
18. De bepaling, bedoeld in het zeventiende lid, vindt plaats door een laboratorium dat is geaccrediteerd door de Raad voor Accreditatie op grond van NEN-EN-ISO/IEC 17025, uitgave 2000 voor een van de in bijlage Abij deze regeling opgenomen NEN-normen.