BWBR0017234
Geldig vanaf 2004-10-06
Artikel 3
Besluit EOS: lange termijn
1. De subsidie bedraagt 100 procent van de projectkosten voor zover deze betrekking hebben op fundamenteel onderzoek, maar niet meer dan een bij regeling van Onze Minister vast te stellen bedrag. Daarbij kan de hoogte van het subsidiepercentage, genoemd in de eerste volzin, per periode als bedoeld in artikel 6op een lager percentage worden vastgesteld.
2. De subsidie bedraagt 50 procent van de projectkosten voor zover deze betrekking hebben op industrieel onderzoek, maar niet meer dan een bij regeling van Onze Minister vast te stellen bedrag. Daarbij kan de hoogte van het subsidiepercentage, genoemd in de eerste volzin, per periode als bedoeld in artikel 6op een lager percentage worden vastgesteld.
3. Indien de subsidiabele projectkosten betrekking hebben op zowel fundamenteel als industrieel onderzoek, bedraagt de subsidie het gewogen gemiddelde van de in het eerste en tweede lid genoemde percentages van de desbetreffende subsidiabele projectkosten, maar niet meer dan een bij regeling van Onze Minister vast te stellen bedrag.
4. De subsidie bedraagt 100 procent van de projectkosten voor zover deze betrekking hebben op een haalbaarheidsstudie voorafgaand aan fundamenteel onderzoek en 75 procent van de projectkosten voor zover deze betrekking hebben op een haalbaarheidsstudie voorafgaand aan industrieel onderzoek, maar niet meer dan een bij regeling van Onze Minister vast te stellen bedrag. Daarbij kan de hoogte van de subsidiepercentages, genoemd in de eerste volzin, per periode als bedoeld in artikel 6op een lager percentage worden vastgesteld.
5. Het in het tweede lid genoemde percentage wordt met 10 procentpunten verhoogd, indien de aanvrager een ondernemer is die een kleine of middelgrote onderneming in stand houdt in de zin van verordening (EG) nr. 70/2001van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen (PbEG L 10), naar de tekst zoals deze bij die verordening is vastgesteld en voor zover de projectkosten worden gemaakt en betaald door de ondernemer. Indien subsidie wordt verstrekt aan deelnemers in een samenwerkingsverband is de eerste volzin van overeenkomstige toepassing voor zover de projectkosten worden gemaakt en betaald door een deelnemer die een onderneming is als bedoeld in de eerste volzin.
6. Onverminderd het vijfde lid wordt het in het tweede lid genoemde percentage met 10 procentpunten verhoogd, indien subsidie wordt verstrekt aan deelnemers in een samenwerkingsverband, indien:
a. zich onder deze deelnemers ten minste één kennisinstelling en ten minste één ondernemer bevinden, of
b. ten minste één deelnemer in het samenwerkingsverband in een andere lidstaat van de Europese Unie dan Nederland is gevestigd en niet behoort tot een groep van een in Nederland gevestigde deelnemer en deze deelnemer een wezenlijke bijdrage levert aan het project.
7. Indien ter zake van de projectkosten of een deel daarvan reeds door een ander bestuursorgaan of door de Commissie van de Europese Gemeenschappen subsidie is verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt, dat het totale bedrag aan subsidies uitgedrukt in een percentage van de projectkosten, niet meer bedraagt dan het ingevolge het eerste tot en met zesde lid geldende percentage.
2. De subsidie bedraagt 50 procent van de projectkosten voor zover deze betrekking hebben op industrieel onderzoek, maar niet meer dan een bij regeling van Onze Minister vast te stellen bedrag. Daarbij kan de hoogte van het subsidiepercentage, genoemd in de eerste volzin, per periode als bedoeld in artikel 6op een lager percentage worden vastgesteld.
3. Indien de subsidiabele projectkosten betrekking hebben op zowel fundamenteel als industrieel onderzoek, bedraagt de subsidie het gewogen gemiddelde van de in het eerste en tweede lid genoemde percentages van de desbetreffende subsidiabele projectkosten, maar niet meer dan een bij regeling van Onze Minister vast te stellen bedrag.
4. De subsidie bedraagt 100 procent van de projectkosten voor zover deze betrekking hebben op een haalbaarheidsstudie voorafgaand aan fundamenteel onderzoek en 75 procent van de projectkosten voor zover deze betrekking hebben op een haalbaarheidsstudie voorafgaand aan industrieel onderzoek, maar niet meer dan een bij regeling van Onze Minister vast te stellen bedrag. Daarbij kan de hoogte van de subsidiepercentages, genoemd in de eerste volzin, per periode als bedoeld in artikel 6op een lager percentage worden vastgesteld.
5. Het in het tweede lid genoemde percentage wordt met 10 procentpunten verhoogd, indien de aanvrager een ondernemer is die een kleine of middelgrote onderneming in stand houdt in de zin van verordening (EG) nr. 70/2001van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 12 januari 2001 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het EG-Verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen (PbEG L 10), naar de tekst zoals deze bij die verordening is vastgesteld en voor zover de projectkosten worden gemaakt en betaald door de ondernemer. Indien subsidie wordt verstrekt aan deelnemers in een samenwerkingsverband is de eerste volzin van overeenkomstige toepassing voor zover de projectkosten worden gemaakt en betaald door een deelnemer die een onderneming is als bedoeld in de eerste volzin.
6. Onverminderd het vijfde lid wordt het in het tweede lid genoemde percentage met 10 procentpunten verhoogd, indien subsidie wordt verstrekt aan deelnemers in een samenwerkingsverband, indien:
a. zich onder deze deelnemers ten minste één kennisinstelling en ten minste één ondernemer bevinden, of
b. ten minste één deelnemer in het samenwerkingsverband in een andere lidstaat van de Europese Unie dan Nederland is gevestigd en niet behoort tot een groep van een in Nederland gevestigde deelnemer en deze deelnemer een wezenlijke bijdrage levert aan het project.
7. Indien ter zake van de projectkosten of een deel daarvan reeds door een ander bestuursorgaan of door de Commissie van de Europese Gemeenschappen subsidie is verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt, dat het totale bedrag aan subsidies uitgedrukt in een percentage van de projectkosten, niet meer bedraagt dan het ingevolge het eerste tot en met zesde lid geldende percentage.