BWBR0017234
Geldig vanaf 2004-10-06
Artikel 19
Besluit EOS: lange termijn
1. Voorschotten kunnen door Onze Minister slechts op aanvraag van de subsidie-ontvanger worden verstrekt op een subsidie ter zake waarvan een beschikking tot subsidieverlening geldt.
2. Een voorschot wordt berekend naar rato van de gemaakte en betaalde projectkosten, voor zover deze nog niet eerder bij de verstrekking van een voorschot in aanmerking zijn genomen. In totaal zal het bedrag aan voorschotten niet groter zijn dan 80 procent van het bij de subsidieverlening vermelde maximale subsidiebedrag.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid wordt aan een ondernemer als bedoeld in artikel 3, vierde lid, het eerste voorschot ambtshalve verstrekt bij de subsidieverlening; dit voorschot bedraagt 25 procent van het bij de subsidieverlening vermelde maximale subsidiebedrag en wordt betaald binnen twee weken nadat de ondernemer Onze Minister schriftelijk heeft medegedeeld dat met de uitvoering van het project is begonnen onder vermelding van de daartoe behorende activiteiten met het desbetreffende tijdstip van aanvang. Indien de ondernemer deelnemer is in een samenwerkingsverband vindt overeenkomstige toepassing plaats van de eerste volzin op de andere leden van het samenwerkingsverband.
4. Bij de toepassing van het tweede lid wordt de opslag, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder b, geacht gemaakt en betaald te zijn voor zover de kosten waarover hij wordt berekend zijn gemaakt en betaald.
5. Een voorschot, uitgezonderd het eerste voorschot, bedoeld in het derde lid, wordt slechts verstrekt, indien het bedrag aan voorschot meer is dan een bij regeling van Onze Minister te bepalen bedrag.
2. Een voorschot wordt berekend naar rato van de gemaakte en betaalde projectkosten, voor zover deze nog niet eerder bij de verstrekking van een voorschot in aanmerking zijn genomen. In totaal zal het bedrag aan voorschotten niet groter zijn dan 80 procent van het bij de subsidieverlening vermelde maximale subsidiebedrag.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid wordt aan een ondernemer als bedoeld in artikel 3, vierde lid, het eerste voorschot ambtshalve verstrekt bij de subsidieverlening; dit voorschot bedraagt 25 procent van het bij de subsidieverlening vermelde maximale subsidiebedrag en wordt betaald binnen twee weken nadat de ondernemer Onze Minister schriftelijk heeft medegedeeld dat met de uitvoering van het project is begonnen onder vermelding van de daartoe behorende activiteiten met het desbetreffende tijdstip van aanvang. Indien de ondernemer deelnemer is in een samenwerkingsverband vindt overeenkomstige toepassing plaats van de eerste volzin op de andere leden van het samenwerkingsverband.
4. Bij de toepassing van het tweede lid wordt de opslag, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder b, geacht gemaakt en betaald te zijn voor zover de kosten waarover hij wordt berekend zijn gemaakt en betaald.
5. Een voorschot, uitgezonderd het eerste voorschot, bedoeld in het derde lid, wordt slechts verstrekt, indien het bedrag aan voorschot meer is dan een bij regeling van Onze Minister te bepalen bedrag.