BWBR0017234
Geldig vanaf 2004-10-06
Artikel 2
Besluit EOS: lange termijn
1. Onze Minister verstrekt op aanvraag een subsidie aan:
a. een in Nederland gevestigde ondernemer of kennisinstelling die voor eigen rekening en risico een lange termijn-project uitvoert dat past in een onderzoeksprogramma;
b. de in Nederland gevestigde deelnemers in een samenwerkingsverband die voor gezamenlijke rekening en risico een lange termijn-project uitvoeren dat past in een onderzoeksprogramma;
c. degene die in Nederland voor eigen rekening en risico een neo-project uitvoert dat past in een onderzoeksprogramma;
d. de deelnemers in een samenwerkingsverband die in Nederland voor gezamenlijke rekening en risico een neo-project uitvoeren dat past in een onderzoeksprogramma.
2. Als onderzoeksprogramma’s worden aangewezen de door Onze Minister vast te stellen programma’s met betrekking tot de volgende gebieden of combinaties daarvan:
a. biomassa;
b. nieuw gas/schoon fossiel;
c. energie-efficiëntie in de industriële en agrarische sector;
d. gebouwde omgeving;
e. opwekking en netten;
f. nieuw energieonderzoek.
3. Indien de aanvragers deelnemers in een samenwerkingsverband zijn, wordt de subsidie verstrekt aan de in Nederland gevestigde deelnemers gezamenlijk en betaald aan de deelnemer die als indiener van de aanvraag om subsidie in de zin van dit besluit is opgetreden.
4. Geen subsidie wordt verstrekt:
a. indien voor het project reeds door Onze Minister subsidie is verstrekt;
b. aan een overheid of overheidsinstelling, tenzij het een kennisinstelling betreft;
c. voor zover door verlening van de subsidie in het kalenderjaar waarin de beschikking wordt gegeven aan de aanvrager dan wel aan de tot dezelfde groep als de aanvrager behorende ondernemers meer dan een bij regeling van Onze Minister vast te stellen bedrag aan subsidie op grond van dit besluit zou worden verstrekt.
a. een in Nederland gevestigde ondernemer of kennisinstelling die voor eigen rekening en risico een lange termijn-project uitvoert dat past in een onderzoeksprogramma;
b. de in Nederland gevestigde deelnemers in een samenwerkingsverband die voor gezamenlijke rekening en risico een lange termijn-project uitvoeren dat past in een onderzoeksprogramma;
c. degene die in Nederland voor eigen rekening en risico een neo-project uitvoert dat past in een onderzoeksprogramma;
d. de deelnemers in een samenwerkingsverband die in Nederland voor gezamenlijke rekening en risico een neo-project uitvoeren dat past in een onderzoeksprogramma.
2. Als onderzoeksprogramma’s worden aangewezen de door Onze Minister vast te stellen programma’s met betrekking tot de volgende gebieden of combinaties daarvan:
a. biomassa;
b. nieuw gas/schoon fossiel;
c. energie-efficiëntie in de industriële en agrarische sector;
d. gebouwde omgeving;
e. opwekking en netten;
f. nieuw energieonderzoek.
3. Indien de aanvragers deelnemers in een samenwerkingsverband zijn, wordt de subsidie verstrekt aan de in Nederland gevestigde deelnemers gezamenlijk en betaald aan de deelnemer die als indiener van de aanvraag om subsidie in de zin van dit besluit is opgetreden.
4. Geen subsidie wordt verstrekt:
a. indien voor het project reeds door Onze Minister subsidie is verstrekt;
b. aan een overheid of overheidsinstelling, tenzij het een kennisinstelling betreft;
c. voor zover door verlening van de subsidie in het kalenderjaar waarin de beschikking wordt gegeven aan de aanvrager dan wel aan de tot dezelfde groep als de aanvrager behorende ondernemers meer dan een bij regeling van Onze Minister vast te stellen bedrag aan subsidie op grond van dit besluit zou worden verstrekt.