BWBR0016951
Geldig vanaf 2004-07-15
Artikel 8
Regeling taken en bevoegdheden VROM 2004
1. De Hoofden van dienst en de Hoofden van de organisatieonderdelen kunnen, onder voorwaarden en binnen de vastgestelde kaders, bestanddelen van de aan hen verleende bevoegdheden, verlenen aan personen die onder hun verantwoordelijkheid werkzaam zijn
2. De in het eerste lid bedoelde bevoegdheden hebben in ieder geval betrekking op:
a. Het uitoefenen van de dagelijkse leiding van het onderdeel waarvoor hij verantwoordelijk is, met inbegrip van verantwoordelijkheden op organisatorisch, financieel en materieel gebied;
b. Het leiding geven aan de onder hem ressorterende functionarissen;
c. Specifieke door de mandaatgever toegekende bevoegdheden.
3. De Hoofden van dienst leggen een concept-regeling mandaat, volmacht en machtiging aan de secretaris-generaal voor en als het gaat om bevoegdheden als bedoeld in artikel 4aan de concernstafdirecteur Financiële en Economische Zaken.
4. Het Hoofd van dienst van de Gemeenschappelijke Dienst draagt zorg voor de registratie van alle regelingen, zoals bedoeld in lid 3, in het Centraal Register (onder)mandaat, volmacht en machtiging VROM 2004.
2. De in het eerste lid bedoelde bevoegdheden hebben in ieder geval betrekking op:
a. Het uitoefenen van de dagelijkse leiding van het onderdeel waarvoor hij verantwoordelijk is, met inbegrip van verantwoordelijkheden op organisatorisch, financieel en materieel gebied;
b. Het leiding geven aan de onder hem ressorterende functionarissen;
c. Specifieke door de mandaatgever toegekende bevoegdheden.
3. De Hoofden van dienst leggen een concept-regeling mandaat, volmacht en machtiging aan de secretaris-generaal voor en als het gaat om bevoegdheden als bedoeld in artikel 4aan de concernstafdirecteur Financiële en Economische Zaken.
4. Het Hoofd van dienst van de Gemeenschappelijke Dienst draagt zorg voor de registratie van alle regelingen, zoals bedoeld in lid 3, in het Centraal Register (onder)mandaat, volmacht en machtiging VROM 2004.