BWBR0016951
Geldig vanaf 2004-07-15
Artikel 3
Regeling taken en bevoegdheden VROM 2004
1. Aan de Hoofden van dienst wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend tot het:
a. nemen van besluiten die verband houden met hun taken, als bedoeld in artikel 2;
b. nemen van beslissingen op bezwaar, met inachtneming van artikel 10:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, tegen besluiten die verband houden met hun taak, als bedoeld in artikel 2;
c. vaststellen van beleidsregels die verband houden met hun taak, als bedoeld in artikel 2;
d. het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen voor zover het aangelegenheden betreft die verband houden met hun taak, als bedoeld in artikel 2;
e. verrichten van andere handelingen dan het nemen van besluiten of het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen, die verband houden met hun taak, als bedoeld in artikel 2;
f. het afdoen van alle overige stukken die verband houden met hun taak, als bedoeld in artikel 2.
2. Aan de Hoofden van de organisatieonderdelen wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend tot het:
a. nemen van besluiten die verband houden met hun taken, als bedoeld in het Organisatiebesluit VROM 2004;
b. nemen van beslissingen op bezwaar, met inachtneming van artikel 10:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, tegen besluiten die verband houden met hun taak, als bedoeld in het Organisatiebesluit VROM 2004;
c. vaststellen van beleidsregels die verband houden met hun taak, als bedoeld in het Organisatiebesluit VROM 2004;
d. het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen voor zover het aangelegenheden betreft die verband houden met hun taak, als bedoeld in het Organisatiebesluit VROM 2004;
e. verrichten van andere handelingen dan het nemen van besluiten of het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen, die verband houden met hun taak, als bedoeld in in het Organisatiebesluit VROM 2004;
f. het afdoen van alle overige stukken die verband houden met hun taak, als bedoeld in het Organisatiebesluit VROM 2004.
a. nemen van besluiten die verband houden met hun taken, als bedoeld in artikel 2;
b. nemen van beslissingen op bezwaar, met inachtneming van artikel 10:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, tegen besluiten die verband houden met hun taak, als bedoeld in artikel 2;
c. vaststellen van beleidsregels die verband houden met hun taak, als bedoeld in artikel 2;
d. het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen voor zover het aangelegenheden betreft die verband houden met hun taak, als bedoeld in artikel 2;
e. verrichten van andere handelingen dan het nemen van besluiten of het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen, die verband houden met hun taak, als bedoeld in artikel 2;
f. het afdoen van alle overige stukken die verband houden met hun taak, als bedoeld in artikel 2.
2. Aan de Hoofden van de organisatieonderdelen wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend tot het:
a. nemen van besluiten die verband houden met hun taken, als bedoeld in het Organisatiebesluit VROM 2004;
b. nemen van beslissingen op bezwaar, met inachtneming van artikel 10:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, tegen besluiten die verband houden met hun taak, als bedoeld in het Organisatiebesluit VROM 2004;
c. vaststellen van beleidsregels die verband houden met hun taak, als bedoeld in het Organisatiebesluit VROM 2004;
d. het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen voor zover het aangelegenheden betreft die verband houden met hun taak, als bedoeld in het Organisatiebesluit VROM 2004;
e. verrichten van andere handelingen dan het nemen van besluiten of het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen, die verband houden met hun taak, als bedoeld in in het Organisatiebesluit VROM 2004;
f. het afdoen van alle overige stukken die verband houden met hun taak, als bedoeld in het Organisatiebesluit VROM 2004.