Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. Minister: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
b. Staatssecretaris: Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
c. Ambtelijke Leiding: de ambtelijke leiding van het Ministerie door de secretaris-generaal en de vervanging van de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal;
d. diensten: – Concernstaf;
– Auditdienst;
– Gemeenschappelijke Dienst;
– Directoraat-Generaal Milieu;
– Directoraat-Generaal Wonen;
– Directoraat-Generaal Ruimte;
– Rijksgebouwendienst;
– Inspectoraat-Generaal VROM;
– Ruimtelijk Planbureau;
– Concernstaf;
– Auditdienst;
– Gemeenschappelijke Dienst;
– Directoraat-Generaal Milieu;
– Directoraat-Generaal Wonen;
– Directoraat-Generaal Ruimte;
– Rijksgebouwendienst;
– Inspectoraat-Generaal VROM;
– Ruimtelijk Planbureau;
e. Hoofden van dienst: de directeur-generaal Milieubeheer, de directeur-generaal Wonen de directeur-generaal Ruimte, de directeur-generaal Rijksgebouwendienst, de secretaris-generaal als manager belast met de dagelijkse leiding van de Concernstaf en de Auditdienst, de plaatsvervangend secretaris-generaal als manager belast met de dagelijkse leiding van de Gemeenschappelijke Dienst, de inspecteur-generaal VROM, de directeur van het Ruimtelijk Planbureau;
f. Hoofden van de organisatieonderdelen: de directeur Financiële en Economische Zaken, de directeur Personeel Organisatie en ICT, de directeur Concerncommunicatie, de directeur Auditdienst, de directeur VROM-administratiekantoor, de directeur Facilitaire en Informatiedienst, de directeur VROM Advies- en Expertdienst en de directeur Juridische Zaken;
g. mandaat: de bevoegdheid om in naam van de Minister of de Staatssecretaris besluiten te nemen of beleidsregels vast te stellen;
h. volmacht: de bevoegdheid om namens de Staat in naam van de Minister of de Staatssecretaris privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten;
i. machtiging: de bevoegdheid om in naam van de Minister of de Staatssecretaris handelingen te verrichten die noch besluiten noch privaatrechtelijke rechtshandelingen zijn.
a. Minister: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
b. Staatssecretaris: Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
c. Ambtelijke Leiding: de ambtelijke leiding van het Ministerie door de secretaris-generaal en de vervanging van de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal;
d. diensten: – Concernstaf;
– Auditdienst;
– Gemeenschappelijke Dienst;
– Directoraat-Generaal Milieu;
– Directoraat-Generaal Wonen;
– Directoraat-Generaal Ruimte;
– Rijksgebouwendienst;
– Inspectoraat-Generaal VROM;
– Ruimtelijk Planbureau;
– Concernstaf;
– Auditdienst;
– Gemeenschappelijke Dienst;
– Directoraat-Generaal Milieu;
– Directoraat-Generaal Wonen;
– Directoraat-Generaal Ruimte;
– Rijksgebouwendienst;
– Inspectoraat-Generaal VROM;
– Ruimtelijk Planbureau;
e. Hoofden van dienst: de directeur-generaal Milieubeheer, de directeur-generaal Wonen de directeur-generaal Ruimte, de directeur-generaal Rijksgebouwendienst, de secretaris-generaal als manager belast met de dagelijkse leiding van de Concernstaf en de Auditdienst, de plaatsvervangend secretaris-generaal als manager belast met de dagelijkse leiding van de Gemeenschappelijke Dienst, de inspecteur-generaal VROM, de directeur van het Ruimtelijk Planbureau;
f. Hoofden van de organisatieonderdelen: de directeur Financiële en Economische Zaken, de directeur Personeel Organisatie en ICT, de directeur Concerncommunicatie, de directeur Auditdienst, de directeur VROM-administratiekantoor, de directeur Facilitaire en Informatiedienst, de directeur VROM Advies- en Expertdienst en de directeur Juridische Zaken;
g. mandaat: de bevoegdheid om in naam van de Minister of de Staatssecretaris besluiten te nemen of beleidsregels vast te stellen;
h. volmacht: de bevoegdheid om namens de Staat in naam van de Minister of de Staatssecretaris privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten;
i. machtiging: de bevoegdheid om in naam van de Minister of de Staatssecretaris handelingen te verrichten die noch besluiten noch privaatrechtelijke rechtshandelingen zijn.