BWBR0016675
Geldig vanaf 2004-05-15
Artikel 6
Regeling hoe om te gaan met signalen inzake misstanden en overige integriteitsinbreuken
1. De ontvanger van de melding stelt onmiddellijk een rapport op waarin naast de gegevens van het dienstonderdeel, diensthoofd, degene die de melding doet, datum van melding, ook de feiten, omstandigheden, personen die bij het vermoeden een rol spelen worden beschreven.
2. Indien de melding bij het hoofd van dienst is gedaan draagt deze zorg voor het onmiddellijk verwittigen van de adviseur integriteit en stelt deze het in lid 1 bedoelde rapport ter hand ter onmiddellijke doorgeleiding naar de secretaris-generaal.
3. Indien de melding bij de adviseur integriteit is gedaan draagt deze zorg voor het onmiddellijk verwittigen van de secretaris-generaal en stelt hem het in lid 1 bedoelde rapport ter hand. Tevens stelt de adviseur integriteit het desbetreffende hoofd van dienst op de hoogte.
4. De secretaris-generaal beoordeelt of de minister en, eventueel, de staatssecretaris op de hoogte moeten worden gesteld.
2. Indien de melding bij het hoofd van dienst is gedaan draagt deze zorg voor het onmiddellijk verwittigen van de adviseur integriteit en stelt deze het in lid 1 bedoelde rapport ter hand ter onmiddellijke doorgeleiding naar de secretaris-generaal.
3. Indien de melding bij de adviseur integriteit is gedaan draagt deze zorg voor het onmiddellijk verwittigen van de secretaris-generaal en stelt hem het in lid 1 bedoelde rapport ter hand. Tevens stelt de adviseur integriteit het desbetreffende hoofd van dienst op de hoogte.
4. De secretaris-generaal beoordeelt of de minister en, eventueel, de staatssecretaris op de hoogte moeten worden gesteld.