BWBR0016675
Geldig vanaf 2004-05-15
Artikel 11
Regeling hoe om te gaan met signalen inzake misstanden en overige integriteitsinbreuken
1. De vertrouwenspersoon integriteit heeft tot taak het desgevraagd adviseren van een medewerker privé en persoonlijk over integriteitsvraagstukken en over de wijze waarop hij kan of moet omgaan met kennis over mogelijke integriteitsinbreuken in de organisatie.
2. De vertrouwenspersoon vervult zijn functie buiten en naast de hiërarchische en functionele organisatie.
3. De vertrouwenspersoon integriteit stelt bij het uitoefenen van zijn taak de betrokken medewerker vooraf op de hoogte van het feit dat het vertrouwensaspect van zijn functie een grens vindt in artikel 162 van het Wetboek van Strafvordering.
2. De vertrouwenspersoon vervult zijn functie buiten en naast de hiërarchische en functionele organisatie.
3. De vertrouwenspersoon integriteit stelt bij het uitoefenen van zijn taak de betrokken medewerker vooraf op de hoogte van het feit dat het vertrouwensaspect van zijn functie een grens vindt in artikel 162 van het Wetboek van Strafvordering.