BWBR0016675
Geldig vanaf 2004-05-15
Artikel 5
Regeling hoe om te gaan met signalen inzake misstanden en overige integriteitsinbreuken
1. Een medewerker meldt een vermoeden van een integriteitsinbreuk, in principe via zijn direct leidinggevende, aan zijn hoofd van dienst, of indien hij dat niet wenselijk acht aan de adviseur integriteit.
2. De ontvanger van de melding beoordeelt of het vermoeden een misstand betreft of een overige integriteitsinbreuk.
3. Bij een vermoeden van een misstand wordt de procedure gevolgd als in § 4beschreven.
4. Bij overige integriteitsinbreuken wordt de procedure gevolgd als in § 5beschreven.
5. In afwijking van de voorgaande leden kan de medewerker een vermoeden van een misstand rechtstreeks melden aan de Commissie integriteit rijksoverheid indien zwaarwegende belangen toepassing van die leden in de weg staan.
2. De ontvanger van de melding beoordeelt of het vermoeden een misstand betreft of een overige integriteitsinbreuk.
3. Bij een vermoeden van een misstand wordt de procedure gevolgd als in § 4beschreven.
4. Bij overige integriteitsinbreuken wordt de procedure gevolgd als in § 5beschreven.
5. In afwijking van de voorgaande leden kan de medewerker een vermoeden van een misstand rechtstreeks melden aan de Commissie integriteit rijksoverheid indien zwaarwegende belangen toepassing van die leden in de weg staan.