BWBR0016506
Geldig vanaf 2004-04-29
Artikel 16
Regeling indicatiecriteria en aanmeldingsformulier leerlinggebonden financiering
1. Voor het vaststellen van de stoornissen en beperkingen genoemd in de artikelen 3 tot en met 12worden betrouwbare onderzoeksgegevens gebruikt, die waar van toepassing geclassificeerd zijn op basis van de classificatiesystemen, DSM-IV of ICD-10.
Wanneer het een diagnose betreft die een aantal symptomen samenvat, dan is voor de indicatiestelling een heldere omschrijving nodig van de aard van de problemen en de mate waarin de leerling beperkt wordt bij het volgen van onderwijs.
2. De onderzoeksgegevens bedoeld in het eerste lid zijn betrouwbaar als:
a. het onderzoek is uitgevoerd door een daartoe bevoegde deskundige;
b. het onderzoek is uitgevoerd met een door de beroepsgroep als geschikt aangemerkt onderzoeksinstrumentarium en
c. gegevens bij indiening van het verzoek op grond van artikel 28c, het eerste lid, van de wet niet ouder zijn dan een jaar, of ingeval van psychodiagnostisch onderzoek 2 jaar, tenzij het gegevens betreft over evident stabiele leerlingkenmerken.
3. Waar mogelijk worden reeds beschikbare onderzoeksgegevens, bedoeld in het eerste lid, gebruikt uit de gezondheidszorg, jeugdzorg, justitie, het zorgcircuit van het onderwijs of de schoolbegeleiding.
Wanneer het een diagnose betreft die een aantal symptomen samenvat, dan is voor de indicatiestelling een heldere omschrijving nodig van de aard van de problemen en de mate waarin de leerling beperkt wordt bij het volgen van onderwijs.
2. De onderzoeksgegevens bedoeld in het eerste lid zijn betrouwbaar als:
a. het onderzoek is uitgevoerd door een daartoe bevoegde deskundige;
b. het onderzoek is uitgevoerd met een door de beroepsgroep als geschikt aangemerkt onderzoeksinstrumentarium en
c. gegevens bij indiening van het verzoek op grond van artikel 28c, het eerste lid, van de wet niet ouder zijn dan een jaar, of ingeval van psychodiagnostisch onderzoek 2 jaar, tenzij het gegevens betreft over evident stabiele leerlingkenmerken.
3. Waar mogelijk worden reeds beschikbare onderzoeksgegevens, bedoeld in het eerste lid, gebruikt uit de gezondheidszorg, jeugdzorg, justitie, het zorgcircuit van het onderwijs of de schoolbegeleiding.