BWBR0016506
Geldig vanaf 2004-04-29
Artikel 11
Regeling indicatiecriteria en aanmeldingsformulier leerlinggebonden financiering
1. Een leerling is toelaatbaar tot cluster 4 indien:
a. op basis van psychodiagnostisch, orthopedagogisch of psychiatrisch onderzoek eventueel in combinatie met andere onderzoekgegevens over de mate waarin de problematiek een intergraal karakter heeft, is vastgesteld een ernstige psychische stoornis of een ontwikkelingspsychopathologie volgens het classificatiesysteem DSM-IV of ICD-10 voor zover het betreft: 1° een emotionele stoornis;
2° een gedragsstoornis of
3° een ontwikkelingsstoornis, en
1° een emotionele stoornis;
2° een gedragsstoornis of
3° een ontwikkelingsstoornis, en
b. die zich manifesteert op school, en hetzij thuis hetzij bij vrije tijdsbesteding waarbij gerichte hulpverlening verleend is/wordt door een voorziening als Jeugdhulpverlening, Jeugd-GGZ of hulp door een kinderpsychiatrische voorziening of Jeugdbescherming, en
c. sprake is van een ernstige structurele beperking in de onderwijsparticipatie die blijkt uit 1° het ontbreken van algemene leervoorwaarden als bedoeld in artikel 12, onder b., of
2° de leerling een gevaar is voor zichzelf of voor anderen als bedoeld in artikel 12, onder g.; en
1° het ontbreken van algemene leervoorwaarden als bedoeld in artikel 12, onder b., of
2° de leerling een gevaar is voor zichzelf of voor anderen als bedoeld in artikel 12, onder g.; en
d. de zorg vanuit het regulier onderwijs als bedoeld in artikel 13 onvoldoende effect heeft gesorteerd of zal kunnen sorteren, en de ondersteuning als bedoeld in artikel 13 deelname aan het regulier onderwijs niet mogelijk maakt.
2. Een leerling is tevens toelaatbaar tot cluster 4 indien:
a. er sprake is van ernstige gedragsproblematiek, die zich manifesteert op school, en hetzij thuis hetzij bij vrije tijdsbesteding, waarvoor gerichte geïndiceerde hulpverlening verleend is/wordt door een voorziening als Jeugdhulpverlening, Jeugd - GGZ, of hulp van een kinderpsychiatrische voorziening of Jeugdbescherming, waarbij uit de resultaten blijkt dat na een half jaar weinig tot geen vooruitgang is geboekt en
b. sprake is van een ernstige structurele beperking in de onderwijsparticipatie die blijkt uit 1° het ontbreken van algemene leervoorwaarden als bedoeld in artikel 12, onder b., of
2° de leerling een gevaar is voor zichzelf of voor anderen als bedoeld in artikel 12, onder g.; en
1° het ontbreken van algemene leervoorwaarden als bedoeld in artikel 12, onder b., of
2° de leerling een gevaar is voor zichzelf of voor anderen als bedoeld in artikel 12, onder g.; en
c. de zorg vanuit het regulier onderwijs als bedoeld in artikel 13 onvoldoende effect heeft gesorteerd of zal kunnen sorteren, en de ondersteuning als bedoeld in artikel 13 deelname aan het regulier onderwijs niet mogelijk maakt.
a. op basis van psychodiagnostisch, orthopedagogisch of psychiatrisch onderzoek eventueel in combinatie met andere onderzoekgegevens over de mate waarin de problematiek een intergraal karakter heeft, is vastgesteld een ernstige psychische stoornis of een ontwikkelingspsychopathologie volgens het classificatiesysteem DSM-IV of ICD-10 voor zover het betreft: 1° een emotionele stoornis;
2° een gedragsstoornis of
3° een ontwikkelingsstoornis, en
1° een emotionele stoornis;
2° een gedragsstoornis of
3° een ontwikkelingsstoornis, en
b. die zich manifesteert op school, en hetzij thuis hetzij bij vrije tijdsbesteding waarbij gerichte hulpverlening verleend is/wordt door een voorziening als Jeugdhulpverlening, Jeugd-GGZ of hulp door een kinderpsychiatrische voorziening of Jeugdbescherming, en
c. sprake is van een ernstige structurele beperking in de onderwijsparticipatie die blijkt uit 1° het ontbreken van algemene leervoorwaarden als bedoeld in artikel 12, onder b., of
2° de leerling een gevaar is voor zichzelf of voor anderen als bedoeld in artikel 12, onder g.; en
1° het ontbreken van algemene leervoorwaarden als bedoeld in artikel 12, onder b., of
2° de leerling een gevaar is voor zichzelf of voor anderen als bedoeld in artikel 12, onder g.; en
d. de zorg vanuit het regulier onderwijs als bedoeld in artikel 13 onvoldoende effect heeft gesorteerd of zal kunnen sorteren, en de ondersteuning als bedoeld in artikel 13 deelname aan het regulier onderwijs niet mogelijk maakt.
2. Een leerling is tevens toelaatbaar tot cluster 4 indien:
a. er sprake is van ernstige gedragsproblematiek, die zich manifesteert op school, en hetzij thuis hetzij bij vrije tijdsbesteding, waarvoor gerichte geïndiceerde hulpverlening verleend is/wordt door een voorziening als Jeugdhulpverlening, Jeugd - GGZ, of hulp van een kinderpsychiatrische voorziening of Jeugdbescherming, waarbij uit de resultaten blijkt dat na een half jaar weinig tot geen vooruitgang is geboekt en
b. sprake is van een ernstige structurele beperking in de onderwijsparticipatie die blijkt uit 1° het ontbreken van algemene leervoorwaarden als bedoeld in artikel 12, onder b., of
2° de leerling een gevaar is voor zichzelf of voor anderen als bedoeld in artikel 12, onder g.; en
1° het ontbreken van algemene leervoorwaarden als bedoeld in artikel 12, onder b., of
2° de leerling een gevaar is voor zichzelf of voor anderen als bedoeld in artikel 12, onder g.; en
c. de zorg vanuit het regulier onderwijs als bedoeld in artikel 13 onvoldoende effect heeft gesorteerd of zal kunnen sorteren, en de ondersteuning als bedoeld in artikel 13 deelname aan het regulier onderwijs niet mogelijk maakt.