BWBR0016273
Geldig vanaf 2004-02-05
Artikel 20
Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit Arbeidsinspectie 2004
1. Aan de directeur Inspectieondersteuning, het hoofd van de afdeling Concernbeleid, het hoofd van de afdeling Juridische Zaken, de bedrijfstakdirecteuren, de directeur Major Hazard Control en de directeur Arbeidsmarktfraude wordt mandaat en machtiging verleend met betrekking tot het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op:
a. de in artikel 3, eerste lid, onder d, genoemde personeelsaangelegenheden voor zover deze betrekking hebben op medewerkers van de directie respectievelijk afdeling waaraan zij leiding geven;
b. het aan en op verzoek van de directie Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden verstrekken van documenten en geven van een zienswijze ten aanzien van openbaarmaking naar aanleiding van verzoeken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur, welke aangelegenheden betreffen die behoren tot het werkterrein van de directie respectievelijk de afdeling waar aan zij leiding geven;
c. de behandeling van klachten, bedoeld in artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover deze betrekking hebben op gedragingen van medewerkers van de directie respectievelijk de afdeling waaraan zij leiding geven.
2. Aan de bedrijfstakdirecteuren wordt voorts mandaat en machtiging verleend met betrekking tot het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op artikel 21, tweede lid, van de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen.
a. de in artikel 3, eerste lid, onder d, genoemde personeelsaangelegenheden voor zover deze betrekking hebben op medewerkers van de directie respectievelijk afdeling waaraan zij leiding geven;
b. het aan en op verzoek van de directie Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden verstrekken van documenten en geven van een zienswijze ten aanzien van openbaarmaking naar aanleiding van verzoeken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur, welke aangelegenheden betreffen die behoren tot het werkterrein van de directie respectievelijk de afdeling waar aan zij leiding geven;
c. de behandeling van klachten, bedoeld in artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover deze betrekking hebben op gedragingen van medewerkers van de directie respectievelijk de afdeling waaraan zij leiding geven.
2. Aan de bedrijfstakdirecteuren wordt voorts mandaat en machtiging verleend met betrekking tot het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op artikel 21, tweede lid, van de Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen.