BWBR0016273
Geldig vanaf 2004-02-05
Artikel 25
Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit Arbeidsinspectie 2004
1. De directeuren van de directies, bedoeld in artikel 2, derde lid, onder d tot en met g, het hoofd van de afdeling Concernbeleid en het hoofd van de afdeling Juridische Zaken, kunnen, na voorafgaande schriftelijke toestemming van de algemeen directeur, hun vertegenwoordigingsbevoegdheden in een door hen te bepalen omvang doorverlenen aan onder hen ressorterende functionarissen, met dien verstande dat bevoegdheden met betrekking tot personele aangelegenheden slechts door de directeuren van de directies, bedoeld in artikel 2, derde lid, onder d tot en met g, kunnen worden doorverleend aan rechtstreeks onder hen ressorterende functionarissen en slechts voor zover het betreft:
a. het opmaken, niet zijnde vaststellen, van een beoordeling van medewerkers;
b. het houden van manager–medewerker gesprekken;
c. verlof van medewerkers;
d. kleine beloningen, niet zijnde gratificaties, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de betreffende directeur.
2. De (door)verlening van (onder-)mandaat, volmacht en machtiging kan uitsluitend bij schriftelijk besluit geschieden.
a. het opmaken, niet zijnde vaststellen, van een beoordeling van medewerkers;
b. het houden van manager–medewerker gesprekken;
c. verlof van medewerkers;
d. kleine beloningen, niet zijnde gratificaties, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de betreffende directeur.
2. De (door)verlening van (onder-)mandaat, volmacht en machtiging kan uitsluitend bij schriftelijk besluit geschieden.