BWBR0016273
Geldig vanaf 2004-02-05
Artikel 23
Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit Arbeidsinspectie 2004
1. Aan de directeur Inspectieondersteuning, de bedrijfstakdirecteuren, de directeur Major Hazard Control, de onder hen ressorterende managers Inspectie, managers Strategie en de teamleiders, bedoeld in artikel 16, zesde lid, en artikel 17, vijfde lid, alsmede het hoofd, de teamleiders en de medewerkers van de afdeling Expertisecentrum, wordt, voor zover het hun werkterrein betreft, mandaat en machtiging verleend voor het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op:
a. de artikelen 27, eerste lid, 28, eerste lid, en 29 vierde lid, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998;
b. het bepaalde bij of krachtens de Kernenergiewet met uitzondering van de in artikel 19, onder a, genoemde artikelen;
c. de artikelen 4:1, vijfde lid, en 8:2, eerste en tweede lid, van de Arbeidstijdenwet.
2. Aan de directeur Inspectieondersteuning, de bedrijfstakdirecteuren, de directeur Major Hazard Control en de onder hen ressorterende managers Inspectie en managers Strategie, alsmede aan het hoofd van de afdeling Expertisecentrum, wordt, voor zover het hun werkterrein betreft, mandaat en machtiging verleend voor het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op:
a. artikel 30, tweede lid, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998;
b. artikel 3:3, tweede lid, van de Arbeidstijdenwet;
c. artikel 16, eerste en tweede lid, 21, eerste en tweede lid, en 32 van de Warenwet.
3. Aan de directeur Major Hazard Control en de onder hem ressorterende managers Inspectie en manager Strategie wordt, voor zover het hun werkterrein betreft, mandaat en machtiging verleend voor het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op de artikelen 6, tweede lid, onderdeel c, 7, eerste lid, onderdeel a, 10, vierde lid, onderdeel a, 15, derde lid, onderdeel a, 16, eerste lid, 18, tweede lid, 24, eerste lid, 28, derde lid, onderdeel a, en vierde lid, en 29 van het Besluit risico’s zware ongevallen 1999.
4. Aan de inspecteurs van de bedrijfstakdirecties en de inspecteurs van de directie Major Hazard Control wordt, voor zover het hun werkterrein betreft, mandaat en machtiging verleend tot het geven van een mondeling bevel, bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998in die gevallen waarin, naar hun oordeel, acuut gevaar geen uitstel van het ingaan van de stillegging van het werk duldt.
5. Het hoofd van de afdeling Concernbeleid, het hoofd van de afdeling Juridische Zaken,en de directeuren van de directies, bedoeld in artikel 2, derde lid, onder d tot en met g, zijn ten behoeve van het organisatieonderdeel waaraan zij leiding geven, bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten, met een maximum van € 10.000,– per overeenkomst, met dien verstande dat de volgende overeenkomsten mogen worden aangegaan tot een maximum van € 50.000,– per overeenkomst:
a. overeenkomsten welke zijn gebaseerd op een mantelovereenkomst;
b. overeenkomsten voor het opleiden van medewerkers van de directie;
c. overeenkomsten voor het inhuren van personeel voor de uitvoering van werkzaamheden die onder directe verantwoordelijkheid van het departementale management worden verricht;
d. arbeidsovereenkomsten naar burgerlijk recht;
e. overeenkomsten voor onderzoek.
f. overeenkomsten met betrekking tot incidentele beleidsinformatievoorziening.
a. de artikelen 27, eerste lid, 28, eerste lid, en 29 vierde lid, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998;
b. het bepaalde bij of krachtens de Kernenergiewet met uitzondering van de in artikel 19, onder a, genoemde artikelen;
c. de artikelen 4:1, vijfde lid, en 8:2, eerste en tweede lid, van de Arbeidstijdenwet.
2. Aan de directeur Inspectieondersteuning, de bedrijfstakdirecteuren, de directeur Major Hazard Control en de onder hen ressorterende managers Inspectie en managers Strategie, alsmede aan het hoofd van de afdeling Expertisecentrum, wordt, voor zover het hun werkterrein betreft, mandaat en machtiging verleend voor het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op:
a. artikel 30, tweede lid, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998;
b. artikel 3:3, tweede lid, van de Arbeidstijdenwet;
c. artikel 16, eerste en tweede lid, 21, eerste en tweede lid, en 32 van de Warenwet.
3. Aan de directeur Major Hazard Control en de onder hem ressorterende managers Inspectie en manager Strategie wordt, voor zover het hun werkterrein betreft, mandaat en machtiging verleend voor het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op de artikelen 6, tweede lid, onderdeel c, 7, eerste lid, onderdeel a, 10, vierde lid, onderdeel a, 15, derde lid, onderdeel a, 16, eerste lid, 18, tweede lid, 24, eerste lid, 28, derde lid, onderdeel a, en vierde lid, en 29 van het Besluit risico’s zware ongevallen 1999.
4. Aan de inspecteurs van de bedrijfstakdirecties en de inspecteurs van de directie Major Hazard Control wordt, voor zover het hun werkterrein betreft, mandaat en machtiging verleend tot het geven van een mondeling bevel, bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998in die gevallen waarin, naar hun oordeel, acuut gevaar geen uitstel van het ingaan van de stillegging van het werk duldt.
5. Het hoofd van de afdeling Concernbeleid, het hoofd van de afdeling Juridische Zaken,en de directeuren van de directies, bedoeld in artikel 2, derde lid, onder d tot en met g, zijn ten behoeve van het organisatieonderdeel waaraan zij leiding geven, bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten, met een maximum van € 10.000,– per overeenkomst, met dien verstande dat de volgende overeenkomsten mogen worden aangegaan tot een maximum van € 50.000,– per overeenkomst:
a. overeenkomsten welke zijn gebaseerd op een mantelovereenkomst;
b. overeenkomsten voor het opleiden van medewerkers van de directie;
c. overeenkomsten voor het inhuren van personeel voor de uitvoering van werkzaamheden die onder directe verantwoordelijkheid van het departementale management worden verricht;
d. arbeidsovereenkomsten naar burgerlijk recht;
e. overeenkomsten voor onderzoek.
f. overeenkomsten met betrekking tot incidentele beleidsinformatievoorziening.