BWBR0015806
Geldig vanaf 2003-11-08
Artikel 9
Regeling verlofsparen politie
1. Het bevoegd gezag kent de aanvraag tot het opnemen van het gespaarde verlof toe, tenzij:
a. de verlofperiode is gelegen binnen twaalf maanden voorafgaande aan het ontslag op grond van artikel 94, eerste lid, onderdeel g van het Barp, dan wel is gelegen binnen twaalf maanden voorafgaande aan zijn periode van non-activiteit zoals bedoeld in artikel 13b van het Barp, danwel de aanvraag tot het opnemen van het gespaarde verlof wordt gedaan door een ambtenaar bedoeld in artikel 88 of 88a van het Barp en binnen twaalf maanden voorafgaande aan de voor hem geldende ontslagdatum;
b. ernstige bezwaren voor de bedrijfsvoering voortvloeien uit toekenning van het verzoek;
c. in de drie jaren voorafgaande aan het moment waarop de gewenste verlofperiode aanvangt aan de ambtenaar reeds eerder een verlofperiode op grond van deze regeling is toegekend door hetzelfde bevoegd gezag; of
d. het verlofspaarloon op de spaarrekening ontoereikend is om het op de ambtenaar te verhalen gedeelte van de pensioenbijdrage, GVP-bijdrage, contributies en loonheffing te voldoen.
2. In afwijking van het eerste lid kan de aanvraag tot het opnemen van het gespaarde verlof van een ambtenaar bedoeld in artikel 88wel worden toegekend binnen een jaar voorafgaande aan de voor hem geldende ontslagdatum indien de ambtenaar heeft verzocht tot uitstel van het ontslag op zestigjarige leeftijd en met toepassing van artikel 49adan wel met toepassing van artikel 50, eerste lid, onderdeel g, van het Barpis vastgesteld dat hiertegen geen bezwaar bestaat.
a. de verlofperiode is gelegen binnen twaalf maanden voorafgaande aan het ontslag op grond van artikel 94, eerste lid, onderdeel g van het Barp, dan wel is gelegen binnen twaalf maanden voorafgaande aan zijn periode van non-activiteit zoals bedoeld in artikel 13b van het Barp, danwel de aanvraag tot het opnemen van het gespaarde verlof wordt gedaan door een ambtenaar bedoeld in artikel 88 of 88a van het Barp en binnen twaalf maanden voorafgaande aan de voor hem geldende ontslagdatum;
b. ernstige bezwaren voor de bedrijfsvoering voortvloeien uit toekenning van het verzoek;
c. in de drie jaren voorafgaande aan het moment waarop de gewenste verlofperiode aanvangt aan de ambtenaar reeds eerder een verlofperiode op grond van deze regeling is toegekend door hetzelfde bevoegd gezag; of
d. het verlofspaarloon op de spaarrekening ontoereikend is om het op de ambtenaar te verhalen gedeelte van de pensioenbijdrage, GVP-bijdrage, contributies en loonheffing te voldoen.
2. In afwijking van het eerste lid kan de aanvraag tot het opnemen van het gespaarde verlof van een ambtenaar bedoeld in artikel 88wel worden toegekend binnen een jaar voorafgaande aan de voor hem geldende ontslagdatum indien de ambtenaar heeft verzocht tot uitstel van het ontslag op zestigjarige leeftijd en met toepassing van artikel 49adan wel met toepassing van artikel 50, eerste lid, onderdeel g, van het Barpis vastgesteld dat hiertegen geen bezwaar bestaat.