BWBR0015806
Geldig vanaf 2003-11-08
Artikel 4
Regeling verlofsparen politie
1. De ambtenaar kan bij het bevoegd gezag jaarlijks een aanvraag tot verlofsparen indienen.
2. In zijn aanvraag meldt de ambtenaar:
a. uit welke bronnen moet worden gespaard en tot welk bedrag;
b. of de met het sparen gemoeide inhouding maandelijks of eenmalig geschiedt; en
c. bij eerste aanvraag of hij in een eerdere betrekking een spaartegoed heeft opgebouwd.
3. De eerste aanvraag gaat vergezeld van:
a. een schriftelijke verklaring waarin de ambtenaar ermee instemt dat het bevoegd gezag op naam van de ambtenaar een verlofspaarrekening opent bij de instelling;
b. een schriftelijke verklaring waarin de ambtenaar instemming verleent dat de instelling het bevoegd gezag jaarlijks informatie verstrekt over de omvang van het verlofspaarloon; en
c. indien de ambtenaar reeds een spaartegoed in een eerdere betrekking heeft opgebouwd, een schriftelijke verklaring daarvan met daarbij gevoegd een verklaring van de instelling waaruit de omvang van dat spaartegoed blijkt.
4. De ambtenaar dient de aanvraag in voor 1 januari van het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft.
5. Het bevoegd gezag kan nadere regels stellen met betrekking tot de aanvraag.
2. In zijn aanvraag meldt de ambtenaar:
a. uit welke bronnen moet worden gespaard en tot welk bedrag;
b. of de met het sparen gemoeide inhouding maandelijks of eenmalig geschiedt; en
c. bij eerste aanvraag of hij in een eerdere betrekking een spaartegoed heeft opgebouwd.
3. De eerste aanvraag gaat vergezeld van:
a. een schriftelijke verklaring waarin de ambtenaar ermee instemt dat het bevoegd gezag op naam van de ambtenaar een verlofspaarrekening opent bij de instelling;
b. een schriftelijke verklaring waarin de ambtenaar instemming verleent dat de instelling het bevoegd gezag jaarlijks informatie verstrekt over de omvang van het verlofspaarloon; en
c. indien de ambtenaar reeds een spaartegoed in een eerdere betrekking heeft opgebouwd, een schriftelijke verklaring daarvan met daarbij gevoegd een verklaring van de instelling waaruit de omvang van dat spaartegoed blijkt.
4. De ambtenaar dient de aanvraag in voor 1 januari van het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft.
5. Het bevoegd gezag kan nadere regels stellen met betrekking tot de aanvraag.