BWBR0015174
Geldig vanaf 2003-06-21
Artikel 8
Regeling spaarverlof primair onderwijs
1. De betrokkene die geheel of gedeeltelijk verlof geniet, doordat hij wegens ziekte geheel of gedeeltelijk verhinderd is zijn arbeid te verrichten, bouwt spaarverlof op gedurende ten hoogste twaalf maanden na de kalendermaand waarin de verhindering is ontstaan.
2. De in het eerste lid vastgestelde termijn eindigt, indien betrokkene ten minste vier weken zijn werkzaamheden daadwerkelijk volledig heeft hervat.
3. Indien betrokkene zijn volledige werkzaamheden hervat na afloop van de in het eerste lid vastgestelde termijn, wordt het opbouwen van spaarverlof hervat vanaf de eerste dag van de kalendermaand waarin de laatste dag van de in het tweede lid genoemde termijn valt.
4. De spaarperiode wordt opgeschort zolang betrokkene lang buitengewoon verlof geniet voor het geheel van zijn werkzaamheden.
5. Indien betrokkene lang buitengewoon verlof geniet voor een deel van zijn werkzaamheden, spaart betrokkene voor het spaarverlof in verhouding tot zijn oorspronkelijke betrekkingsomvang.
2. De in het eerste lid vastgestelde termijn eindigt, indien betrokkene ten minste vier weken zijn werkzaamheden daadwerkelijk volledig heeft hervat.
3. Indien betrokkene zijn volledige werkzaamheden hervat na afloop van de in het eerste lid vastgestelde termijn, wordt het opbouwen van spaarverlof hervat vanaf de eerste dag van de kalendermaand waarin de laatste dag van de in het tweede lid genoemde termijn valt.
4. De spaarperiode wordt opgeschort zolang betrokkene lang buitengewoon verlof geniet voor het geheel van zijn werkzaamheden.
5. Indien betrokkene lang buitengewoon verlof geniet voor een deel van zijn werkzaamheden, spaart betrokkene voor het spaarverlof in verhouding tot zijn oorspronkelijke betrekkingsomvang.