BWBR0015174
Geldig vanaf 2003-06-21
Artikel 5
Regeling spaarverlof primair onderwijs
1. De betrokkene kan het spaarverlof opnemen:
a. als sabbatsverlof, in een aaneengesloten periode van verlof van ten hoogste 1659 uren of;
b. als seniorenverlof, wanneer betrokkene 52 jaar of ouder is, in een periode van verlof evenredig verdeeld over het schooljaar van tenminste 40 uren per schooljaar, of ten hoogste 830 uren per schooljaar bij een normbetrekking. Indien betrokkene ook reeds gebruik maakt van de Regeling bevordering arbeidsparticipatie ouderen en/of jaarverlof geldt dit maximum voor het spaarverlof, de Regeling bevordering arbeidsparticipatie ouderen en het jaarverlof tezamen.
2. Op verzoek van betrokkene kunnen het bevoegd gezag en betrokkene afspreken dat het verlof, in afwijking van het eerste lid onder a, op de volgende wijze wordt opgenomen:
a. als gespreid sabbatsverlof, in meerdere periodes van volledig verlof in periodes van minimaal één schoolweek;
b. als deeltijdverlof, in evenredig over het schooljaar verdeelde periodes van tenminste 40 uren per schooljaar, of ten hoogste 830 uren per schooljaar bij een normbetrekking door een betrokkene jonger dan 52 jaar. Indien betrokkene ook gebruik maakt van jaarverlof geldt dit maximum voor het spaarverlof en jaarverlof tezamen.
3. Indien betrokkene werkzaam is in een betrekking kleiner dan de normbetrekking, wordt het aantal uren, genoemd in het eerste en tweede lid, met uitzondering van het in het eerste lid, onder b en tweede lid, onder b, aangegeven aantal van 40 uren naar evenredigheid verminderd.
4. Het bepaalde in het eerste lid, onder a, is niet van toepassing indien het sparen is onderbroken door het gestelde in artikel 8, eerste lid.
a. als sabbatsverlof, in een aaneengesloten periode van verlof van ten hoogste 1659 uren of;
b. als seniorenverlof, wanneer betrokkene 52 jaar of ouder is, in een periode van verlof evenredig verdeeld over het schooljaar van tenminste 40 uren per schooljaar, of ten hoogste 830 uren per schooljaar bij een normbetrekking. Indien betrokkene ook reeds gebruik maakt van de Regeling bevordering arbeidsparticipatie ouderen en/of jaarverlof geldt dit maximum voor het spaarverlof, de Regeling bevordering arbeidsparticipatie ouderen en het jaarverlof tezamen.
2. Op verzoek van betrokkene kunnen het bevoegd gezag en betrokkene afspreken dat het verlof, in afwijking van het eerste lid onder a, op de volgende wijze wordt opgenomen:
a. als gespreid sabbatsverlof, in meerdere periodes van volledig verlof in periodes van minimaal één schoolweek;
b. als deeltijdverlof, in evenredig over het schooljaar verdeelde periodes van tenminste 40 uren per schooljaar, of ten hoogste 830 uren per schooljaar bij een normbetrekking door een betrokkene jonger dan 52 jaar. Indien betrokkene ook gebruik maakt van jaarverlof geldt dit maximum voor het spaarverlof en jaarverlof tezamen.
3. Indien betrokkene werkzaam is in een betrekking kleiner dan de normbetrekking, wordt het aantal uren, genoemd in het eerste en tweede lid, met uitzondering van het in het eerste lid, onder b en tweede lid, onder b, aangegeven aantal van 40 uren naar evenredigheid verminderd.
4. Het bepaalde in het eerste lid, onder a, is niet van toepassing indien het sparen is onderbroken door het gestelde in artikel 8, eerste lid.