BWBR0015158
Geldig vanaf 2009-04-02
Artikel 15
Spoedwet wegverbreding
1. Ten aanzien van de verlegging van kabels en leidingen, verband houdende met de uitvoering van een wegaanpassingsbesluit, is geen concessie of een erkenning als bedoeld in artikel 1 van de Belemmeringenwet Privaatrechtvereist.
2. Indien voor de verlegging van kabels en leidingen, verband houdende met de uitvoering van een wegaanpassingsbesluit, toepassing van de Belemmeringenwet Privaatrechtnoodzakelijk is:
a. kan Onze Minister in afwijking van artikel 2, vierde lid, van de Belemmeringenwet Privaatrecht: 1°. een andere plaats of gemeente aanwijzen waar de zitting plaatsvindt;
2°. bepalen dat de zitting wordt geleid door een door Onze Minister aan te wijzen persoon;
1°. een andere plaats of gemeente aanwijzen waar de zitting plaatsvindt;
2°. bepalen dat de zitting wordt geleid door een door Onze Minister aan te wijzen persoon;
b. worden in afwijking van de artikelen 2, zevende lid, en 3, derde lid, juncto 2, zevende lid, van de Belemmeringenwet Privaatrecht gedeputeerde staten niet gehoord;
c. geldt in plaats van artikel 4 van de Belemmeringenwet Privaatrecht dat de werking van een besluit als bedoeld in artikel 2, vijfde lid, of artikel 3, tweede lid, van de Belemmeringenwet Privaatrecht opgeschort wordt totdat de termijn voor het indienen van een beroepschrift is verstreken.
3. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beslist op beroepen tegen besluiten als bedoeld in artikel 2, vijfde lid, of artikel 3, tweede lid, van de Belemmeringenwet Privaatrechtbinnen twaalf weken na ontvangst van de desbetreffende verweerschriften.
2. Indien voor de verlegging van kabels en leidingen, verband houdende met de uitvoering van een wegaanpassingsbesluit, toepassing van de Belemmeringenwet Privaatrechtnoodzakelijk is:
a. kan Onze Minister in afwijking van artikel 2, vierde lid, van de Belemmeringenwet Privaatrecht: 1°. een andere plaats of gemeente aanwijzen waar de zitting plaatsvindt;
2°. bepalen dat de zitting wordt geleid door een door Onze Minister aan te wijzen persoon;
1°. een andere plaats of gemeente aanwijzen waar de zitting plaatsvindt;
2°. bepalen dat de zitting wordt geleid door een door Onze Minister aan te wijzen persoon;
b. worden in afwijking van de artikelen 2, zevende lid, en 3, derde lid, juncto 2, zevende lid, van de Belemmeringenwet Privaatrecht gedeputeerde staten niet gehoord;
c. geldt in plaats van artikel 4 van de Belemmeringenwet Privaatrecht dat de werking van een besluit als bedoeld in artikel 2, vijfde lid, of artikel 3, tweede lid, van de Belemmeringenwet Privaatrecht opgeschort wordt totdat de termijn voor het indienen van een beroepschrift is verstreken.
3. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State beslist op beroepen tegen besluiten als bedoeld in artikel 2, vijfde lid, of artikel 3, tweede lid, van de Belemmeringenwet Privaatrechtbinnen twaalf weken na ontvangst van de desbetreffende verweerschriften.