BWBR0014788
Geldig vanaf 2003-07-03
Artikel 9
Regeling indicatiecriteria leerlinggebonden financiering en aanmeldingsgegevens leerlinggebonden financiering
Een leerling is toelaatbaar tot het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs aan langdurig zieke kinderen met een lichamelijke handicap indien:
a. op basis van psychodiagnostisch en medisch onderzoek is vastgesteld: 1° een chronische somatische stoornis;
2° een chronische centrale of chronische perifere neurologische stoornis of
3° een chronische psychosomatische stoornis; die niet in hoofdzaak leiden tot een stoornis in motorische functies;
1° een chronische somatische stoornis;
2° een chronische centrale of chronische perifere neurologische stoornis of
3° een chronische psychosomatische stoornis; die niet in hoofdzaak leiden tot een stoornis in motorische functies;
b. sprake is van een ernstige structurele beperking in de onderwijsparticipatie die blijkt uit: 1° een leerachterstand als bedoeld in artikel 12, onder a.;
2° het ontbreken van algemene leervoorwaarden als bedoeld in artikel 12, onder b. 1°;
3° structureel schoolverzuim als bedoeld in artikel 12, onder f., of
4° een zeer geringe zelfredzaamheid als bedoeld in artikel 12, onder e., en
1° een leerachterstand als bedoeld in artikel 12, onder a.;
2° het ontbreken van algemene leervoorwaarden als bedoeld in artikel 12, onder b. 1°;
3° structureel schoolverzuim als bedoeld in artikel 12, onder f., of
4° een zeer geringe zelfredzaamheid als bedoeld in artikel 12, onder e., en
c. de zorg vanuit het regulier onderwijs als bedoeld in artikel 13 onvoldoende effect heeft gesorteerd of zal kunnen sorteren, en de ondersteuning als bedoeld in artikel 13 deelname aan het regulier onderwijs niet mogelijk maakt.
a. op basis van psychodiagnostisch en medisch onderzoek is vastgesteld: 1° een chronische somatische stoornis;
2° een chronische centrale of chronische perifere neurologische stoornis of
3° een chronische psychosomatische stoornis; die niet in hoofdzaak leiden tot een stoornis in motorische functies;
1° een chronische somatische stoornis;
2° een chronische centrale of chronische perifere neurologische stoornis of
3° een chronische psychosomatische stoornis; die niet in hoofdzaak leiden tot een stoornis in motorische functies;
b. sprake is van een ernstige structurele beperking in de onderwijsparticipatie die blijkt uit: 1° een leerachterstand als bedoeld in artikel 12, onder a.;
2° het ontbreken van algemene leervoorwaarden als bedoeld in artikel 12, onder b. 1°;
3° structureel schoolverzuim als bedoeld in artikel 12, onder f., of
4° een zeer geringe zelfredzaamheid als bedoeld in artikel 12, onder e., en
1° een leerachterstand als bedoeld in artikel 12, onder a.;
2° het ontbreken van algemene leervoorwaarden als bedoeld in artikel 12, onder b. 1°;
3° structureel schoolverzuim als bedoeld in artikel 12, onder f., of
4° een zeer geringe zelfredzaamheid als bedoeld in artikel 12, onder e., en
c. de zorg vanuit het regulier onderwijs als bedoeld in artikel 13 onvoldoende effect heeft gesorteerd of zal kunnen sorteren, en de ondersteuning als bedoeld in artikel 13 deelname aan het regulier onderwijs niet mogelijk maakt.