BWBR0014327
Geldig vanaf 2003-01-01
Artikel 8
Uitvoeringsregeling IKAP Ministerie van Justitie
1. Een bron als bedoeld in artikel 7, eerste lid, kan slechts voor een doel worden ingezet als deze bron nog niet tot uitbetaling is gekomen.
2. Verlaging van de aanspraak op vakantie-uren heeft niet betrekking op de eventuele aanspraken die in vorige jaren zijn opgebouwd. Het aantal uren vakantie waarmee de aanspraak kan worden verlaagd, bedraagt ten hoogste het aantal uren vakantie waarop de ambtenaar over het desbetreffende kalenderjaar aanspraak heeft, verminderd met: 144 uur vermenigvuldigd met de voor de ambtenaar geldende arbeidsduurfactor. Zo nodig vindt afronding naar boven plaats. Voor elk uur waarmee de aanspraak op vakantie-uren is verlaagd ontvangt de medewerker een vergoeding die gelijk is aan het salaris per uur dat hij geniet op de peildatum. Eventuele latere aanpassingen van het salaris met terugwerkende kracht naar een datum op of voor de peildatum leiden niet tot herberekening van de vergoeding.
3. Als het bevoegd gezag het voornemen heeft een beslissing te nemen op grond van de artikelen genoemd in artikel 7, eerste lid, onder e, f of g, stelt deze de medewerker in de gelegenheid een aanvraag, als bedoeld in artikel 7in te dienen en aan te geven voor welk doel, de eenmalige vergoeding, al dan niet gedeeltelijk, wordt ingezet. Met uitzondering van artikel 7, eerste lid, onder a, kan de medewerker in de overige gevallen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, uiterlijk de eerste van de maand, voorafgaande aan de maand waarin de uitkering wordt gedaan, door middel van het keuzeformulier aangeven voor welk bestedingsdoel de vergoeding wordt ingezet. Het bevoegd gezag kan nadere regels stellen betreffende het indienen van de aanvraag.
4. De toepassing van dit artikel zal in geen geval leiden tot een uitvoeringsdatum die ligt voor 1 januari van het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft.
5. Met uitzondering van artikel 4, derde liden artikel 5, vierde lidzijn de artikelen 4en 5van dit besluit van overeenkomstige toepassing op de aanvraag, bedoeld in artikel 7van dit besluit.
2. Verlaging van de aanspraak op vakantie-uren heeft niet betrekking op de eventuele aanspraken die in vorige jaren zijn opgebouwd. Het aantal uren vakantie waarmee de aanspraak kan worden verlaagd, bedraagt ten hoogste het aantal uren vakantie waarop de ambtenaar over het desbetreffende kalenderjaar aanspraak heeft, verminderd met: 144 uur vermenigvuldigd met de voor de ambtenaar geldende arbeidsduurfactor. Zo nodig vindt afronding naar boven plaats. Voor elk uur waarmee de aanspraak op vakantie-uren is verlaagd ontvangt de medewerker een vergoeding die gelijk is aan het salaris per uur dat hij geniet op de peildatum. Eventuele latere aanpassingen van het salaris met terugwerkende kracht naar een datum op of voor de peildatum leiden niet tot herberekening van de vergoeding.
3. Als het bevoegd gezag het voornemen heeft een beslissing te nemen op grond van de artikelen genoemd in artikel 7, eerste lid, onder e, f of g, stelt deze de medewerker in de gelegenheid een aanvraag, als bedoeld in artikel 7in te dienen en aan te geven voor welk doel, de eenmalige vergoeding, al dan niet gedeeltelijk, wordt ingezet. Met uitzondering van artikel 7, eerste lid, onder a, kan de medewerker in de overige gevallen, bedoeld in artikel 7, eerste lid, uiterlijk de eerste van de maand, voorafgaande aan de maand waarin de uitkering wordt gedaan, door middel van het keuzeformulier aangeven voor welk bestedingsdoel de vergoeding wordt ingezet. Het bevoegd gezag kan nadere regels stellen betreffende het indienen van de aanvraag.
4. De toepassing van dit artikel zal in geen geval leiden tot een uitvoeringsdatum die ligt voor 1 januari van het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft.
5. Met uitzondering van artikel 4, derde liden artikel 5, vierde lidzijn de artikelen 4en 5van dit besluit van overeenkomstige toepassing op de aanvraag, bedoeld in artikel 7van dit besluit.