BWBR0014327
Geldig vanaf 2003-01-01
Artikel 5
Uitvoeringsregeling IKAP Ministerie van Justitie
1. Het bevoegd gezag neemt binnen vier weken een beslissing op de aanvragen die zijn ingediend.
2. Het bevoegd gezag kent de aanvraag toe, tenzij een zwaarwegend dienstbelang zich tegen inwilliging van de aanvraag verzet. Het bevoegd gezag wordt geacht de aanvraag in ieder geval toegekend te hebben, indien acht weken nadat de aanvraag is ingediend, ter zake nog geen beslissing is genomen.
3. Het bevoegd gezag dat voornemens is over tot een gehele of gedeeltelijke afwijzing van de aanvraag op de in het tweede lid vermelde grond voert daarover overleg met de medewerker. De gehele of gedeeltelijke afwijzing van die aanvraag gebeurt schriftelijk en wordt gemotiveerd.
4. De vergoeding als bedoeld in artikel 2, derde lid, dan wel de inhouding als bedoeld in artikel 3, tweede lid, wordt gedurende de periode waarin de medewerker meer, respectievelijk minder uren werkt in gelijke maandelijkse termijnen uitbetaald dan wel toegepast.
5. De periode als bedoeld in artikel 4, vierde lidkan niet eerder aanvangen dan per de eerste van de maand volgend op de dag waarop de aanvraag is toegekend, echter niet eerder dan vanaf 1 januari van het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft.
2. Het bevoegd gezag kent de aanvraag toe, tenzij een zwaarwegend dienstbelang zich tegen inwilliging van de aanvraag verzet. Het bevoegd gezag wordt geacht de aanvraag in ieder geval toegekend te hebben, indien acht weken nadat de aanvraag is ingediend, ter zake nog geen beslissing is genomen.
3. Het bevoegd gezag dat voornemens is over tot een gehele of gedeeltelijke afwijzing van de aanvraag op de in het tweede lid vermelde grond voert daarover overleg met de medewerker. De gehele of gedeeltelijke afwijzing van die aanvraag gebeurt schriftelijk en wordt gemotiveerd.
4. De vergoeding als bedoeld in artikel 2, derde lid, dan wel de inhouding als bedoeld in artikel 3, tweede lid, wordt gedurende de periode waarin de medewerker meer, respectievelijk minder uren werkt in gelijke maandelijkse termijnen uitbetaald dan wel toegepast.
5. De periode als bedoeld in artikel 4, vierde lidkan niet eerder aanvangen dan per de eerste van de maand volgend op de dag waarop de aanvraag is toegekend, echter niet eerder dan vanaf 1 januari van het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft.