BWBR0014327
Geldig vanaf 2003-01-01
Artikel 10
Uitvoeringsregeling IKAP Ministerie van Justitie
1. In geval van beëindiging van het dienstverband, anders dan als bedoeld in het vierde lid, alsmede in gevallen waarin toepassing wordt gegeven aan de artikelen genoemd in artikel 2, tweede lid, wordt vastgesteld welke in het kader van deze regeling opgebouwde en in geldswaarde uit te drukken rechten en aangegane verplichtingen tussen bevoegd gezag en medewerker op dat moment bestaan. Indien van toepassing, vindt verrekening dan wel uitbetaling plaats. Daarbij wordt geen rente vergoed of ingehouden.
2. Indien op 31 oktober van het betreffende kalenderjaar door het bevoegd gezag wordt vastgesteld dat de in het kader van deze regeling opgebouwde rechten en aangegane verplichtingen per ultimo van het betreffende kalenderjaar niet met elkaar in evenwicht kunnen zijn gebracht, vindt voor het verschil verrekening dan wel uitbetaling plaats.
3. Bij overlijden van de medewerker wordt gehandeld zoals in het eerste lid is aangegeven, waarbij een eventueel saldo ten gunste van de werkgever niet wordt ingevorderd.
4. In geval van (tijdelijke) verplaatsing in het kalenderjaar binnen het Rijk naar een ander ministerie wordt gehandeld overeenkomstig het eerste lid.
2. Indien op 31 oktober van het betreffende kalenderjaar door het bevoegd gezag wordt vastgesteld dat de in het kader van deze regeling opgebouwde rechten en aangegane verplichtingen per ultimo van het betreffende kalenderjaar niet met elkaar in evenwicht kunnen zijn gebracht, vindt voor het verschil verrekening dan wel uitbetaling plaats.
3. Bij overlijden van de medewerker wordt gehandeld zoals in het eerste lid is aangegeven, waarbij een eventueel saldo ten gunste van de werkgever niet wordt ingevorderd.
4. In geval van (tijdelijke) verplaatsing in het kalenderjaar binnen het Rijk naar een ander ministerie wordt gehandeld overeenkomstig het eerste lid.