BWBR0014315
Geldig vanaf 2024-07-01
Artikel 12a
Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte
1. In geval van een verzoek als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005290/artikel/248" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 7:248, vierde lid, van het Burgerlijk Wetboek</a>doet de huurcommissie uitspraak over de redelijkheid van de huurprijsverhoging die volgt uit het in het derde lid van dat artikel bedoelde beding. De huurcommissie toetst de huurprijsverhoging aan het krachtens artikel 10, derde of vierde lid, geldende maximale huurverhogingspercentage dan wel artikel 10a, tweede lid. De huurcommissie vermeldt in de uitspraak de ingangsdatum van de huurprijsstijging, zijnde de uit de huurovereenkomst voortvloeiende datum, alsmede tot welke huurprijs toepassing van de tweede zin leidt.
2. In het geval van een verzoek als bedoeld in het eerste lid dat betrekking heeft op een middeldure huurwoonruimte als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0035303/artikel/1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1 van de Huisvestingswet 2014</a>is artikel 13, vijfde lid, van overeenkomstige toepassing.
2. In het geval van een verzoek als bedoeld in het eerste lid dat betrekking heeft op een middeldure huurwoonruimte als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0035303/artikel/1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1 van de Huisvestingswet 2014</a>is artikel 13, vijfde lid, van overeenkomstige toepassing.