BWBR0014315
Geldig vanaf 2024-07-01
Artikel 9
Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte
1. Een verzoek aan de huurcommissie wordt schriftelijk ingediend.
2. De huurcommissie toetst bij aan haar gedane verzoeken of voldaan is aan de voor die verzoeken bij of krachtens <a href="/wet/BWBR0005290" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">titel 4 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek</a>, bij de <a href="/wet/BWBR0009810" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet op het overleg huurders verhuurder</a>en bij of krachtens deze wet gestelde voorschriften.
3. In geval van een verzoek als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005290/artikel/260" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 7:260, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek</a>is het verzoek niet-ontvankelijk indien het voorwerp van geschil een bedrag van minder dan € 36 beloopt.
4. In geval van een verzoek als bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0005290/artikel/255" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 7: 255, tweede lid</a>, <a href="/wet/BWBR0005290/artikel/255a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">7:255a, derde lid</a>, <a href="/wet/BWBR0005290/artikel/257" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">7: 257, tweede lid</a>, <a href="/wet/BWBR0005290/artikel/261" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">7: 261, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek</a>is het verzoek niet-ontvankelijk indien het voorwerp van geschil een bedrag van minder dan € 3 per maand beloopt. In geval van een verzoek als bedoeld in artikel <a href="/wet/BWBR0005290/artikel/254" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">7:254 van het Burgerlijk Wetboek</a>is het verzoek niet-ontvankelijk indien het voorwerp van geschil een bedrag beloopt dat kleiner is dan het bedrag dat correspondeert met een verschil van één punt van de krachtens artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte bepaalde waardering van de woonruimte.
5. De bedragen, genoemd in het derde en vierde lid, kunnen bij ministeriële regeling hoger of lager worden gesteld.
6. Indien na een onherroepelijke uitspraak een nieuw verzoekschrift met dezelfde grondslag wordt ingediend ten aanzien van dezelfde huurovereenkomst, is de verzoeker gehouden nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden te vermelden. Wanneer geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden worden vermeld, is het verzoek niet-ontvankelijk.
2. De huurcommissie toetst bij aan haar gedane verzoeken of voldaan is aan de voor die verzoeken bij of krachtens <a href="/wet/BWBR0005290" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">titel 4 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek</a>, bij de <a href="/wet/BWBR0009810" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet op het overleg huurders verhuurder</a>en bij of krachtens deze wet gestelde voorschriften.
3. In geval van een verzoek als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005290/artikel/260" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 7:260, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek</a>is het verzoek niet-ontvankelijk indien het voorwerp van geschil een bedrag van minder dan € 36 beloopt.
4. In geval van een verzoek als bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0005290/artikel/255" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 7: 255, tweede lid</a>, <a href="/wet/BWBR0005290/artikel/255a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">7:255a, derde lid</a>, <a href="/wet/BWBR0005290/artikel/257" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">7: 257, tweede lid</a>, <a href="/wet/BWBR0005290/artikel/261" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">7: 261, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek</a>is het verzoek niet-ontvankelijk indien het voorwerp van geschil een bedrag van minder dan € 3 per maand beloopt. In geval van een verzoek als bedoeld in artikel <a href="/wet/BWBR0005290/artikel/254" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">7:254 van het Burgerlijk Wetboek</a>is het verzoek niet-ontvankelijk indien het voorwerp van geschil een bedrag beloopt dat kleiner is dan het bedrag dat correspondeert met een verschil van één punt van de krachtens artikel 10, eerste lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte bepaalde waardering van de woonruimte.
5. De bedragen, genoemd in het derde en vierde lid, kunnen bij ministeriële regeling hoger of lager worden gesteld.
6. Indien na een onherroepelijke uitspraak een nieuw verzoekschrift met dezelfde grondslag wordt ingediend ten aanzien van dezelfde huurovereenkomst, is de verzoeker gehouden nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden te vermelden. Wanneer geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden worden vermeld, is het verzoek niet-ontvankelijk.