BWBR0014315
Geldig vanaf 2024-07-01
Artikel 37
Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte
1. De huurcommissie doet binnen vier maanden na het verstrijken van de in artikel 7, vierde lid, genoemde termijn, dan wel, indien de in dat artikellid bedoelde oproep niet behoeft te worden gedaan, na het tijdstip waarop de aldaar bedoelde vergoeding van de verzoeker is ontvangen, schriftelijk en met redenen omkleed uitspraak. In geval van een geschil als bedoeld in artikel 4adoet de huurcommissie uitspraak binnen acht weken na het verstrijken van de in artikel 7, vierde lid, genoemde termijn. In afwijking van de eerste en tweede volzin doet de huurcommissie in het geval dat de in de eerste, dan wel, tweede volzin genoemde termijn niet kan worden gehaald, uitspraak binnen een door de huurcommissie aan te geven langere termijn, mits zij aan beide partijen daarvan voor het verstrijken van de in de eerste, dan wel, tweede volzin genoemde termijn schriftelijk en met redenen omkleed heeft kennisgegeven.
2. De uitspraken van de huurcommissie vermelden de namen van degenen die aan de behandeling van de zaak ter zitting hebben deelgenomen. Zij worden door de desbetreffende zittingsvoorzitter ondertekend.
3. Het bestuur zendt onverwijld een afschrift van de uitspraak van de huurcommissie aan partijen.
4. De huurcommissie wijst in haar uitspraak partijen op de in <a href="/wet/BWBR0005290/artikel/262" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 7:262 van het Burgerlijk Wetboek</a>bedoelde mogelijkheid zich tot de rechter te wenden, alsook op de vorm en de termijn die daarbij in acht moeten worden genomen.
2. De uitspraken van de huurcommissie vermelden de namen van degenen die aan de behandeling van de zaak ter zitting hebben deelgenomen. Zij worden door de desbetreffende zittingsvoorzitter ondertekend.
3. Het bestuur zendt onverwijld een afschrift van de uitspraak van de huurcommissie aan partijen.
4. De huurcommissie wijst in haar uitspraak partijen op de in <a href="/wet/BWBR0005290/artikel/262" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 7:262 van het Burgerlijk Wetboek</a>bedoelde mogelijkheid zich tot de rechter te wenden, alsook op de vorm en de termijn die daarbij in acht moeten worden genomen.