BWBR0013816
Geldig vanaf 2002-07-19
Artikel 48
Wet inzake de geldtransactiekantoren
1. Het verbod, bedoeld in artikel 3, eerste lid, blijft tot de eerste dag van de derde kalendermaand na de datum van inwerkingtreding van deze wet buiten toepassing ten aanzien van geldtransactiekantoren die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet beschikken over een ontheffing ingevolge <a href="/wet/BWBR0005792/artikel/82" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 82 van de Wet toezicht kredietwezen 1992</a>voor het uitvoeren van geldtransacties als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, onder 3°, van deze wet.
2. Ten aanzien van het geldtransactiekantoor dat in de periode voorafgaande aan de in het eerste lid bedoelde dag bij Onze Minister een verzoek tot inschrijving heeft ingediend, blijft het verbod, bedoeld in artikel 3, eerste lid, buiten toepassing tot aan de tweede dag nadat de beslissing op het verzoek door Onze Minister is verzonden.
2. Ten aanzien van het geldtransactiekantoor dat in de periode voorafgaande aan de in het eerste lid bedoelde dag bij Onze Minister een verzoek tot inschrijving heeft ingediend, blijft het verbod, bedoeld in artikel 3, eerste lid, buiten toepassing tot aan de tweede dag nadat de beslissing op het verzoek door Onze Minister is verzonden.