BWBR0013816
Geldig vanaf 2002-07-19
Artikel 10
Wet inzake de geldtransactiekantoren
Onze Minister kan, indien zich bij een geldtransactiekantoor een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a of b, of in artikel 5, tweede lid, onder b tot en met f , aan het geldtransactiekantoor dan wel aan de personen bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder a, b of c, een aanwijzing geven om ten aanzien van met name aan te geven onderwerpen een bepaalde gedragslijn te volgen, teneinde te bereiken dat deze omstandigheid zich niet meer voordoet. Het geldtransactiekantoor dan wel de persoon aan wie de aanwijzing is gegeven, volgt deze op binnen een door Onze Minister te bepalen termijn.