BWBR0013816
Geldig vanaf 2002-07-19
Artikel 46
Wet inzake de geldtransactiekantoren
1. Een verzoek om ontheffing van het verbod, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005792/artikel/82" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 82, eerste lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992</a>, voor het verrichten van handelingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, onder 3°, van deze wet, waarop bij inwerkingtreding van deze wet nog niet door Onze Minister is beslist, wordt aan Onze Minister overgedragen ter behandeling als een verzoek om inschrijving op grond van deze wet.
2. Een verzoek om ontheffing of inschrijving dat is ingediend op grond van de <a href="/wet/BWBR0007125" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet inzake de wisselkantoren</a>waarop bij inwerkingtreding van deze wet nog niet door De Nederlandsche Bank N.V. is beslist, wordt aan Onze Minister overgedragen ter behandeling als een verzoek om ontheffing of inschrijving op grond van deze wet.
2. Een verzoek om ontheffing of inschrijving dat is ingediend op grond van de <a href="/wet/BWBR0007125" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet inzake de wisselkantoren</a>waarop bij inwerkingtreding van deze wet nog niet door De Nederlandsche Bank N.V. is beslist, wordt aan Onze Minister overgedragen ter behandeling als een verzoek om ontheffing of inschrijving op grond van deze wet.