BWBR0013800
Geldig vanaf 2021-04-07
Artikel 15f
Wet op het onderwijstoezicht
1. De inspectie houdt toezicht op de kwaliteit van het functioneren van het College voor toetsen en examens en op de naleving van de bij of krachtens de <a href="/wet/BWBR0025364" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet College voor toetsen en examens</a>en de <a href="/wet/BWBR0044212" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wet voortgezet onderwijs 2020</a>gegeven voorschriften.
2. Ter uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid, kan de inspectie Onze Minister onder meer voorstellen een voorziening te treffen als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0020495/artikel/23" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 23 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen</a>, indien:
a. is gebleken dat de kwaliteit van het functioneren van het College voor toetsen en examens onvoldoende is geweest, of
b. niet of niet meer wordt voldaan aan hetgeen bij of krachtens de Wet College voor toetsen en examens is bepaald.
2. Ter uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid, kan de inspectie Onze Minister onder meer voorstellen een voorziening te treffen als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0020495/artikel/23" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 23 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen</a>, indien:
a. is gebleken dat de kwaliteit van het functioneren van het College voor toetsen en examens onvoldoende is geweest, of
b. niet of niet meer wordt voldaan aan hetgeen bij of krachtens de Wet College voor toetsen en examens is bepaald.