BWBR0013753
Geldig vanaf 2010-11-22
Artikel 8
Voorzieningenbesluit ministers en staatssecretarissen
1. Ministers en staatssecretarissen ontvangen een maandelijkse vergoeding voor de door hen verschuldigde loonbelasting over het gebruik van de dienstauto. De vergoeding wordt berekend aan de hand van de formule
CAT x P/100 x T/100
M = ----------------------------------
12
waarin:
M = het bedrag van de vergoeding;
CAT = de catalogusprijs van de dienstauto, met inbegrip van BTW en BPM, verminderd met het deel van de catalogusprijs, met inbegrip van BTW en BPM, dat toerekenbaar is aan buitengewone beveiligingsmaatregelen;
P = het toepasselijke percentage, genoemd in artikel 13bis, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964.
T = het hoogste van de in de tarieftabel van artikel 20a, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964opgenomen percentages.
2. Aangewezen als een eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964wordt:
a. de maandelijkse vergoeding, bedoeld in het eerste lid;
b. het tot het belastbare loon in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 van de minister of staatssecretaris behorend voordeel ter zake van de dienstauto toerekenbaar aan buitengewone beveiligingsmaatregelen.
CAT x P/100 x T/100
M = ----------------------------------
12
waarin:
M = het bedrag van de vergoeding;
CAT = de catalogusprijs van de dienstauto, met inbegrip van BTW en BPM, verminderd met het deel van de catalogusprijs, met inbegrip van BTW en BPM, dat toerekenbaar is aan buitengewone beveiligingsmaatregelen;
P = het toepasselijke percentage, genoemd in artikel 13bis, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964.
T = het hoogste van de in de tarieftabel van artikel 20a, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964opgenomen percentages.
2. Aangewezen als een eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964wordt:
a. de maandelijkse vergoeding, bedoeld in het eerste lid;
b. het tot het belastbare loon in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964 van de minister of staatssecretaris behorend voordeel ter zake van de dienstauto toerekenbaar aan buitengewone beveiligingsmaatregelen.