BWBR0013753
Geldig vanaf 19-06-2026
Artikel 3
Voorzieningenbesluit ministers en staatssecretarissen
1. Aan ministers en staatssecretarissen die niet zijn verhuisd en van wie de woning zich op een afstand van ten minste 50 kilometer van het ministerie bevindt, wordt op hun verzoek voor de duur van de vervulling van hun ambt een gemeubileerde verblijfsvoorziening binnen een afstand van 25 kilometer van het ministerie ter beschikking gesteld.
2. In afwijking van het eerste lid wordt vanuit veiligheidsoverwegingen aan Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken te allen tijde het Catshuis als gemeubileerde verblijfsvoorziening ter beschikking gesteld.
3. In plaats van de in het eerste en tweede lid bedoelde voorziening kunnen bewindslieden die niet zijn verhuisd en van wie de woning zich op een afstand van ten minste 50 kilometer van het ministerie bevindt en die op het tijdstip van benoeming reeds een gemeubileerde verblijfsvoorziening binnen een afstand van 25 kilometer van het ministerie in eigendom hebben, aanspraak maken op een bedrag ter vergoeding voor verblijfkosten waarvan de hoogte afhankelijk is van de afstand van de woonplaats of deel van de woonplaats van de betrokkene tot het gebouw van het betreffende ministerie.
4. De hoogte van het in het derde lid bedoelde bedrag wordt als volgt berekend:
50 kilometer: 40 * X
75 kilometer: 85 * X
150 kilometer en meer: 140 * X
waarbij X gelijk is aan het voor dienstreizen van ambtenaren, die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, geldende bedrag voor vergoeding wegens verblijfskosten in verband met logies, zoals overeengekomen in de voor die ambtenaren laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor vergoeding wegens verblijfskosten in verband met logies. De vergoeding, behorend bij afstanden, afgerond op hele kilometers, tussen de in bovenstaand schema genoemde afstanden, wordt berekend naar evenredigheid met het verschil tussen de in het schema aangegeven vergoedingen bij de naast hogere en naast lagere afstand. Het bedrag van de vergoeding wordt afgerond op hele euro’s.
5. Een verstrekking als bedoeld in het eerste of tweede lid of een vergoeding als bedoeld in het tweede of derde lid wordt in aanmerking genomen als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964.
6. Dit lid is nog niet in werking getreden.
7. In afwijking van het zesde lid valt de terbeschikkingstelling van het Catshuis aan onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken als bedoeld in het tweede lid onder de gerichte vrijstelling als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdeel b, van de Wet op de loonbelasting 1964.
2. In afwijking van het eerste lid wordt vanuit veiligheidsoverwegingen aan Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken te allen tijde het Catshuis als gemeubileerde verblijfsvoorziening ter beschikking gesteld.
3. In plaats van de in het eerste en tweede lid bedoelde voorziening kunnen bewindslieden die niet zijn verhuisd en van wie de woning zich op een afstand van ten minste 50 kilometer van het ministerie bevindt en die op het tijdstip van benoeming reeds een gemeubileerde verblijfsvoorziening binnen een afstand van 25 kilometer van het ministerie in eigendom hebben, aanspraak maken op een bedrag ter vergoeding voor verblijfkosten waarvan de hoogte afhankelijk is van de afstand van de woonplaats of deel van de woonplaats van de betrokkene tot het gebouw van het betreffende ministerie.
4. De hoogte van het in het derde lid bedoelde bedrag wordt als volgt berekend:
50 kilometer: 40 * X
75 kilometer: 85 * X
150 kilometer en meer: 140 * X
waarbij X gelijk is aan het voor dienstreizen van ambtenaren, die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, geldende bedrag voor vergoeding wegens verblijfskosten in verband met logies, zoals overeengekomen in de voor die ambtenaren laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor vergoeding wegens verblijfskosten in verband met logies. De vergoeding, behorend bij afstanden, afgerond op hele kilometers, tussen de in bovenstaand schema genoemde afstanden, wordt berekend naar evenredigheid met het verschil tussen de in het schema aangegeven vergoedingen bij de naast hogere en naast lagere afstand. Het bedrag van de vergoeding wordt afgerond op hele euro’s.
5. Een verstrekking als bedoeld in het eerste of tweede lid of een vergoeding als bedoeld in het tweede of derde lid wordt in aanmerking genomen als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964.
6. Dit lid is nog niet in werking getreden.
7. In afwijking van het zesde lid valt de terbeschikkingstelling van het Catshuis aan onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken als bedoeld in het tweede lid onder de gerichte vrijstelling als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdeel b, van de Wet op de loonbelasting 1964.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0013753
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl