BWBR0013753
Geldig vanaf 2010-11-22
Artikel 3
Voorzieningenbesluit ministers en staatssecretarissen
1. Aan ministers en staatssecretarissen die niet zijn verhuisd en van wie de woning zich op een afstand van ten minste 50 kilometer van het ministerie bevindt, wordt op hun verzoek voor de duur van de vervulling van hun ambt een gemeubileerde verblijfsvoorziening binnen een afstand van 25 kilometer van het ministerie ter beschikking gesteld.
2. Aan ministers en staatssecretarissen die een gemeubileerde verblijfsvoorziening als bedoeld in het eerste lid ter beschikking is gesteld, worden in verband met de verblijfsvoorziening verstrekt dan wel de kosten vergoed van:
a. huur van een parkeerplaats, voor zover deze onderdeel uitmaakt van de ter beschikking gestelde verblijfsvoorziening;
b. beveiliging als bedoeld in artikel 4, eerste lid;
c. informatie- en communicatievoorzieningen als bedoeld in artikel 5;
d. gemeentelijke belastingen als bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet en waterschapsbelastingen als bedoeld in artikel 123, eerste lid, onderdeel a, van de Waterschapswet;
e. abonnement voor ontvangst van radio en televisie;
f. abonnement voor een krant;
g. gas, licht, water;
h. wassen en strijken;
i. schoonmaak.
3. In plaats van de in het eerste en tweede lid bedoelde voorziening kunnen bewindslieden die niet zijn verhuisd en van wie de woning zich op een afstand van ten minste 50 kilometer van het ministerie bevindt en die op het tijdstip van benoeming reeds een gemeubileerde verblijfsvoorziening binnen een afstand van 25 kilometer van het ministerie in eigendom hebben, aanspraak maken op een bedrag ter vergoeding voor verblijfkosten waarvan de hoogte afhankelijk is van de afstand van de woonplaats of deel van de woonplaats van de betrokkene tot het gebouw van het betreffende ministerie.
4. De hoogte van het in het derde lid bedoelde bedrag wordt als volgt berekend:
50 kilometer: 40 * X
75 kilometer: 85 * X
150 kilometer en meer: 140 * X
waarbij X gelijk is aan het voor dienstreizen van ambtenaren, die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, geldende bedrag voor vergoeding wegens verblijfskosten in verband met logies, zoals overeengekomen in de voor die ambtenaren laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor vergoeding wegens verblijfskosten in verband met logies. De vergoeding, behorend bij afstanden, afgerond op hele kilometers, tussen de in bovenstaand schema genoemde afstanden, wordt berekend naar evenredigheid met het verschil tussen de in het schema aangegeven vergoedingen bij de naast hogere en naast lagere afstand. Het bedrag van de vergoeding wordt afgerond op hele euro’s.
5. Een verstrekking als bedoeld in het eerste of tweede lid of een vergoeding als bedoeld in het tweede of derde lid wordt in aanmerking genomen als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964.
2. Aan ministers en staatssecretarissen die een gemeubileerde verblijfsvoorziening als bedoeld in het eerste lid ter beschikking is gesteld, worden in verband met de verblijfsvoorziening verstrekt dan wel de kosten vergoed van:
a. huur van een parkeerplaats, voor zover deze onderdeel uitmaakt van de ter beschikking gestelde verblijfsvoorziening;
b. beveiliging als bedoeld in artikel 4, eerste lid;
c. informatie- en communicatievoorzieningen als bedoeld in artikel 5;
d. gemeentelijke belastingen als bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet en waterschapsbelastingen als bedoeld in artikel 123, eerste lid, onderdeel a, van de Waterschapswet;
e. abonnement voor ontvangst van radio en televisie;
f. abonnement voor een krant;
g. gas, licht, water;
h. wassen en strijken;
i. schoonmaak.
3. In plaats van de in het eerste en tweede lid bedoelde voorziening kunnen bewindslieden die niet zijn verhuisd en van wie de woning zich op een afstand van ten minste 50 kilometer van het ministerie bevindt en die op het tijdstip van benoeming reeds een gemeubileerde verblijfsvoorziening binnen een afstand van 25 kilometer van het ministerie in eigendom hebben, aanspraak maken op een bedrag ter vergoeding voor verblijfkosten waarvan de hoogte afhankelijk is van de afstand van de woonplaats of deel van de woonplaats van de betrokkene tot het gebouw van het betreffende ministerie.
4. De hoogte van het in het derde lid bedoelde bedrag wordt als volgt berekend:
50 kilometer: 40 * X
75 kilometer: 85 * X
150 kilometer en meer: 140 * X
waarbij X gelijk is aan het voor dienstreizen van ambtenaren, die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, geldende bedrag voor vergoeding wegens verblijfskosten in verband met logies, zoals overeengekomen in de voor die ambtenaren laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor vergoeding wegens verblijfskosten in verband met logies. De vergoeding, behorend bij afstanden, afgerond op hele kilometers, tussen de in bovenstaand schema genoemde afstanden, wordt berekend naar evenredigheid met het verschil tussen de in het schema aangegeven vergoedingen bij de naast hogere en naast lagere afstand. Het bedrag van de vergoeding wordt afgerond op hele euro’s.
5. Een verstrekking als bedoeld in het eerste of tweede lid of een vergoeding als bedoeld in het tweede of derde lid wordt in aanmerking genomen als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964.