BWBR0013753
Geldig vanaf 2010-11-22
Artikel 10
Voorzieningenbesluit ministers en staatssecretarissen
1. Ministers en staatssecretarissen ontvangen een maandelijkse vergoeding voor de kosten van voorzieningen die voor hun eigen rekening komen en door hen mede worden aangewend ten behoeve van de vervulling van hun ambt.
2. De maandelijkse vergoeding, bedoeld in het eerste lid, bedraagt
a. voor Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken € 908,21;
b. voor Onze Minister van Buitenlandse Zaken € 908,21;
c. voor een andere Minister € 454,12;
d. voor een Staatssecretaris € 377,91.
3. De maandelijkse vergoeding, bedoeld in het eerste lid, wordt aangewezen als een eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964.
4. De in het tweede lid genoemde bedragen worden per 1 januari van elk jaar bij ministeriële regeling gewijzigd overeenkomstig de procentuele wijziging van de door het Centraal Bureau voor de Statistiek vastgestelde consumentenprijsindex, geldend voor de maand september van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan die datum ten opzichte van hetzelfde indexcijfer geldend voor de maand september van het daaraan voorafgaande kalenderjaar.
2. De maandelijkse vergoeding, bedoeld in het eerste lid, bedraagt
a. voor Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken € 908,21;
b. voor Onze Minister van Buitenlandse Zaken € 908,21;
c. voor een andere Minister € 454,12;
d. voor een Staatssecretaris € 377,91.
3. De maandelijkse vergoeding, bedoeld in het eerste lid, wordt aangewezen als een eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964.
4. De in het tweede lid genoemde bedragen worden per 1 januari van elk jaar bij ministeriële regeling gewijzigd overeenkomstig de procentuele wijziging van de door het Centraal Bureau voor de Statistiek vastgestelde consumentenprijsindex, geldend voor de maand september van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan die datum ten opzichte van hetzelfde indexcijfer geldend voor de maand september van het daaraan voorafgaande kalenderjaar.