BWBR0013595
Geldig vanaf 2002-04-18
Artikel 13
Regeling Structuurverbetering Glastuinbouw 2002
1. De begunstigde van een subsidie als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, draagt zorg voor de afbraak en het verwijderen van glasopstanden, bedrijfsgebouwen en overige vaste installaties, het verwijderen van ondergrondse voorzieningen, het graven van nieuwe sloten, alsmede voor het gebruiksvrij overdragen van de vrijkomende grond aan een natuurlijke of rechtspersoon, zulks binnen één jaar nadat de minister het besluit tot subsidieverlening heeft genomen, met de mogelijkheid tot verlenging van deze periode, in geval van overmacht, met maximaal 6 maanden.
2. De begunstigde van een subsidie als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, alsmede in geval van een natuurlijke persoon, diens echtgenoot of geregistreerde partner en in geval van een rechtspersoon diens aandeelhouders, zijn voorts verplicht om uiterlijk een jaar nadat de minister de beschikking tot subsidieverlening heeft genomen, de bedrijfsmatige glastuinbouw definitief te staken.
3. De begunstigde van een subsidie als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, dient binnen 2 jaar na de subsidieverlening een clusterplan in dat een realistisch beeld geeft van de toekomstmogelijkheden in het betrokken gebied.
4. De begunstigde van een subsidie als bedoeld in artikel 2, onderdeel c, realiseert de nieuwe glasopstanden binnen 2 jaar na de subsidieverlening, met een mogelijkheid tot verlenging van deze periode, in geval van overmacht, met maximaal 1 jaar.
5. De begunstigde van een subsidie als bedoeld in artikel 2, onderdeel c, voert de investeringen uit:
a. ingeval er voor zijn gebied een clusterplan is gemaakt, overeenkomstig het clusterplan binnen een periode van 2 jaar nadat de minister een beschikking tot subsidieverlening heeft genomen, en
b. indien er geen clusterplan geldt, overeenkomstig een door hem op te stellen verbeteringsplan, binnen een periode van 2 jaar nadat de minister een beschikking tot subsidieverlening heeft genomen.
6. De begunstigde van een subsidie als bedoeld in artikel 2, onderdeel c, is verplicht gedurende tenminste 5 jaar de met behulp van de subsidie opgerichte nieuwe glasopstanden in stand te houden.
7. De minister kan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.
2. De begunstigde van een subsidie als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, alsmede in geval van een natuurlijke persoon, diens echtgenoot of geregistreerde partner en in geval van een rechtspersoon diens aandeelhouders, zijn voorts verplicht om uiterlijk een jaar nadat de minister de beschikking tot subsidieverlening heeft genomen, de bedrijfsmatige glastuinbouw definitief te staken.
3. De begunstigde van een subsidie als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, dient binnen 2 jaar na de subsidieverlening een clusterplan in dat een realistisch beeld geeft van de toekomstmogelijkheden in het betrokken gebied.
4. De begunstigde van een subsidie als bedoeld in artikel 2, onderdeel c, realiseert de nieuwe glasopstanden binnen 2 jaar na de subsidieverlening, met een mogelijkheid tot verlenging van deze periode, in geval van overmacht, met maximaal 1 jaar.
5. De begunstigde van een subsidie als bedoeld in artikel 2, onderdeel c, voert de investeringen uit:
a. ingeval er voor zijn gebied een clusterplan is gemaakt, overeenkomstig het clusterplan binnen een periode van 2 jaar nadat de minister een beschikking tot subsidieverlening heeft genomen, en
b. indien er geen clusterplan geldt, overeenkomstig een door hem op te stellen verbeteringsplan, binnen een periode van 2 jaar nadat de minister een beschikking tot subsidieverlening heeft genomen.
6. De begunstigde van een subsidie als bedoeld in artikel 2, onderdeel c, is verplicht gedurende tenminste 5 jaar de met behulp van de subsidie opgerichte nieuwe glasopstanden in stand te houden.
7. De minister kan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.