BWBR0013494
Geldig vanaf 2008-09-11
Artikel 6
Regeling amateurbouwluchtvaartuigen
1. Een amateurbouwluchtvaartuig mag in ieder geval niet worden gebruikt voor:
a. luchtwerk;
b. vlieglessen;
c. commerciële doeleinden;
d. verhuur of rondvluchten;
e. IFR-vluchten, en
f. vluchten boven of binnen een afstand van 100 meter van de bebouwde kommen, gebouwen, industriegebieden, havengebieden of mensenverzamelingen, tenzij benodigd voor start en landing.
2. De minister kan aanvullende gebruiksbeperkingen stellen.
3. Aanvullende gebruiksbeperkingen worden opgenomen op het bewijs van luchtwaardigheid of in een bijlage bij het bewijs van luchtwaardigheid.
4. In en op het amateurbouwluchtvaartuig wordt duidelijk aangegeven dat het een experimenteel luchtvaartuig betreft waarvan niet is aangetoond dat het voldoet aan de internationale veiligheidseisen voor luchtvaartuigen.
5. De gezagvoerder informeert iedere passagier voorafgaand aan de vlucht over het experimentele karakter van dit luchtvaartuig.
a. luchtwerk;
b. vlieglessen;
c. commerciële doeleinden;
d. verhuur of rondvluchten;
e. IFR-vluchten, en
f. vluchten boven of binnen een afstand van 100 meter van de bebouwde kommen, gebouwen, industriegebieden, havengebieden of mensenverzamelingen, tenzij benodigd voor start en landing.
2. De minister kan aanvullende gebruiksbeperkingen stellen.
3. Aanvullende gebruiksbeperkingen worden opgenomen op het bewijs van luchtwaardigheid of in een bijlage bij het bewijs van luchtwaardigheid.
4. In en op het amateurbouwluchtvaartuig wordt duidelijk aangegeven dat het een experimenteel luchtvaartuig betreft waarvan niet is aangetoond dat het voldoet aan de internationale veiligheidseisen voor luchtvaartuigen.
5. De gezagvoerder informeert iedere passagier voorafgaand aan de vlucht over het experimentele karakter van dit luchtvaartuig.