BWBR0013494
Geldig vanaf 2008-09-11
Artikel 2
Regeling amateurbouwluchtvaartuigen
1. Amateurbouwluchtvaartuigen voldoen aan een gelijkwaardig veiligheidsniveau als het veiligheidsniveau dat gewaarborgd wordt door de volgende luchtwaardigheidseisen voor:
a. zweefvliegtuigen: CS 22;
b. motorzweefvliegtuigen: CS 22;
c. zeer lichte vliegtuigen: CS VLA;
d. kleine vliegtuigen, mits de startmassa in kilogrammen minstens vijf maal zo groot is als het maximum motorvermogen in kilowatt, het aantal zitplaatsen niet meer dan 4 bedraagt: CS 23;
e. kleine helikopters: CS 27, of
f. zeer lichte helikopters: CS VLR, of
g. replica's: oorspronkelijke certificatiebasis;
h. lichte sportvliegtuigen: CS LSA.
2. Voor de radiocommunicatie-, navigatie-, en identificatieapparatuur gelden de eisen inzake uitrustingsstukken en de verplichte instrumenten zijn van een toegelaten type.
a. zweefvliegtuigen: CS 22;
b. motorzweefvliegtuigen: CS 22;
c. zeer lichte vliegtuigen: CS VLA;
d. kleine vliegtuigen, mits de startmassa in kilogrammen minstens vijf maal zo groot is als het maximum motorvermogen in kilowatt, het aantal zitplaatsen niet meer dan 4 bedraagt: CS 23;
e. kleine helikopters: CS 27, of
f. zeer lichte helikopters: CS VLR, of
g. replica's: oorspronkelijke certificatiebasis;
h. lichte sportvliegtuigen: CS LSA.
2. Voor de radiocommunicatie-, navigatie-, en identificatieapparatuur gelden de eisen inzake uitrustingsstukken en de verplichte instrumenten zijn van een toegelaten type.