BWBR0013494
Geldig vanaf 2008-09-11
Artikel 3
Regeling amateurbouwluchtvaartuigen
1. Het ontwerp van een zelf ontworpen amateurbouwluchtvaartuig behoeft de acceptatie van de minister.
2. De minister accepteert een ontwerp van een zelf ontworpen amateurbouwluchtvaartuig, met uitzondering van een replica, indien het ontwerp voldoet aan de eisen gesteld in artikel 2.
3. Om aan te tonen dat aan de eisen gesteld in artikel 2wordt voldaan, worden de volgende gegevens bij de minister ingediend:
a. een maatschets met hoofdafmetingen en een 3-zijden aanzicht waaruit, voor zover van toepassing, het volgende blijkt: 1º plaatsing van de motor of motoren;
2º plaatsing van de inzittende of inzittenden;
3º plaatsing van het landingsgestel;
4º vleugelopstelling;
5º opstelling stabilo.
1º plaatsing van de motor of motoren;
2º plaatsing van de inzittende of inzittenden;
3º plaatsing van het landingsgestel;
4º vleugelopstelling;
5º opstelling stabilo.
b. een vergelijkende controlelijst ten opzichte van de desbetreffende CS-code, geamendeerd tot de datum van aanvraag. De controlelijst bevat de volgende kolommen:
4. In de kolommen van de controlelijst wordt het volgende vermeld:
a. in de eerste kolom worden de paragrafen van de desbetreffende luchtwaardigheidseisen vermeld, die betrekking hebben op een van de onder b vermelde onderwerpen;
b. in de tweede kolom wordt middels de cijfers 1 tot en met 7 aangegeven onder welk van de volgende 7 onderwerpen de des betreffende paragraaf valt: 1º algemeen,
2º prestaties,
3º stabiliteit en besturing,
4º constructies,
5º flutter,
6º voortstuwing,
7º systemen;
1º algemeen,
2º prestaties,
3º stabiliteit en besturing,
4º constructies,
5º flutter,
6º voortstuwing,
7º systemen;
c. in de derde kolom wordt vermeld of de des betreffende paragraaf is toegepast, waarbij verwezen wordt naar het des betreffende rapport. Wanneer de paragraaf niet is toegepast wordt de reden daarvan toegelicht;
d. in de vierde kolom parafeert een door de minister, op voordracht van de aanvrager, geaccepteerde externe deskundige voor het controleren en in orde bevinden van het des betreffende rapport en
e. in de vijfde kolom wordt met de cijfers 1, 2 of 3 aangegeven welke van de volgende methode van bewijsvoering is toegepast: 1º analyse,
2º vliegproeven,
3º grondproeven.
1º analyse,
2º vliegproeven,
3º grondproeven.
5. Met betrekking tot de controlelijst geldt voorts het volgende:
a. een amateurbouwluchtvaartuig wordt berekend op breuklast en op de maximale belasting die tijdens het gebruik te verwachten is;
b. een metalen amateurbouwluchtvaartuig wordt getest tot de maximale belasting die tijdens het gebruik te verwachten is en
c. voor een amateurbouwluchtvaartuig van een ander materiaal wordt door de minister na overleg met de ontwerper bepaald tot hoever wordt getest. De ontwerper doet hiertoe een voorstel.
6. De eindverantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het ontwerp ligt bij de ontwerper.
7. Om aan te tonen dat een replica geschikt is voor amateurbouw worden de ontwerp- en bouwgegevens door de minister gevalideerd. De volgende aspecten komen hierbij aan de orde:
a. de oorspronkelijke certificatiebasis;
b. de volledigheid van het ontwerp tekeningenpakket;
c. de eventuele ontwerpwijzigingen zoals het gebruik van andere dan originele materialen; en
d. de complexiteit van de bouw.
2. De minister accepteert een ontwerp van een zelf ontworpen amateurbouwluchtvaartuig, met uitzondering van een replica, indien het ontwerp voldoet aan de eisen gesteld in artikel 2.
3. Om aan te tonen dat aan de eisen gesteld in artikel 2wordt voldaan, worden de volgende gegevens bij de minister ingediend:
a. een maatschets met hoofdafmetingen en een 3-zijden aanzicht waaruit, voor zover van toepassing, het volgende blijkt: 1º plaatsing van de motor of motoren;
2º plaatsing van de inzittende of inzittenden;
3º plaatsing van het landingsgestel;
4º vleugelopstelling;
5º opstelling stabilo.
1º plaatsing van de motor of motoren;
2º plaatsing van de inzittende of inzittenden;
3º plaatsing van het landingsgestel;
4º vleugelopstelling;
5º opstelling stabilo.
b. een vergelijkende controlelijst ten opzichte van de desbetreffende CS-code, geamendeerd tot de datum van aanvraag. De controlelijst bevat de volgende kolommen:
4. In de kolommen van de controlelijst wordt het volgende vermeld:
a. in de eerste kolom worden de paragrafen van de desbetreffende luchtwaardigheidseisen vermeld, die betrekking hebben op een van de onder b vermelde onderwerpen;
b. in de tweede kolom wordt middels de cijfers 1 tot en met 7 aangegeven onder welk van de volgende 7 onderwerpen de des betreffende paragraaf valt: 1º algemeen,
2º prestaties,
3º stabiliteit en besturing,
4º constructies,
5º flutter,
6º voortstuwing,
7º systemen;
1º algemeen,
2º prestaties,
3º stabiliteit en besturing,
4º constructies,
5º flutter,
6º voortstuwing,
7º systemen;
c. in de derde kolom wordt vermeld of de des betreffende paragraaf is toegepast, waarbij verwezen wordt naar het des betreffende rapport. Wanneer de paragraaf niet is toegepast wordt de reden daarvan toegelicht;
d. in de vierde kolom parafeert een door de minister, op voordracht van de aanvrager, geaccepteerde externe deskundige voor het controleren en in orde bevinden van het des betreffende rapport en
e. in de vijfde kolom wordt met de cijfers 1, 2 of 3 aangegeven welke van de volgende methode van bewijsvoering is toegepast: 1º analyse,
2º vliegproeven,
3º grondproeven.
1º analyse,
2º vliegproeven,
3º grondproeven.
5. Met betrekking tot de controlelijst geldt voorts het volgende:
a. een amateurbouwluchtvaartuig wordt berekend op breuklast en op de maximale belasting die tijdens het gebruik te verwachten is;
b. een metalen amateurbouwluchtvaartuig wordt getest tot de maximale belasting die tijdens het gebruik te verwachten is en
c. voor een amateurbouwluchtvaartuig van een ander materiaal wordt door de minister na overleg met de ontwerper bepaald tot hoever wordt getest. De ontwerper doet hiertoe een voorstel.
6. De eindverantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het ontwerp ligt bij de ontwerper.
7. Om aan te tonen dat een replica geschikt is voor amateurbouw worden de ontwerp- en bouwgegevens door de minister gevalideerd. De volgende aspecten komen hierbij aan de orde:
a. de oorspronkelijke certificatiebasis;
b. de volledigheid van het ontwerp tekeningenpakket;
c. de eventuele ontwerpwijzigingen zoals het gebruik van andere dan originele materialen; en
d. de complexiteit van de bouw.