BWBR0013477
Geldig vanaf 2003-01-01
Artikel 2
Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap Agrarische Groothandel
1. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. groothandel: het bedrijf van het kopen van aardappelen, bloemkwekerij-producten, groenten of fruit, met uitzondering van pootaardappelen en het verkopen daarvan: 1°. aan wederverkopers;
2°. aan instellingen, tenzij dit geschiedt in verband met het verkopen aan particulieren;
3°. aan natuurlijke of rechtspersonen die het gekochte in een door hen gedreven bedrijf of inrichting aanwenden;
1°. aan wederverkopers;
2°. aan instellingen, tenzij dit geschiedt in verband met het verkopen aan particulieren;
3°. aan natuurlijke of rechtspersonen die het gekochte in een door hen gedreven bedrijf of inrichting aanwenden;
b. de groothandel in pootaardappelen: het bedrijf van het kopen van pootaardappelen en het verkopen daarvan aan wederverkopers, of aan natuurlijke of rechtspersonen die het gekochte – al dan niet tezamen met het verkopen van pootaardappelen aan particulieren – aanwenden in een door hen gedreven onderneming;
c. het bedrijf van commissionair: het bedrijf van het op eigen naam of op naam van anderen sluiten van overeenkomsten van koop en verkoop van aardappelen, bloemkwekerijproducten, groenten of fruit, of van het – anders dan door het houden van veilingen – bemiddelen bij de totstandkoming van zodanige overeenkomsten;
d. het bedrijf van tussenpersoon: het bedrijf van het op order van en voor rekening van anderen – al dan niet op eigen naam – sluiten van overeenkomsten van koop en verkoop van aardappelen, bloemkwekerijproducten, groenten of fruit, of van het – anders dan door het houden van veilingen – bemiddelen bij de totstandkoming van zodanige overeenkomsten;
e. het bedrijf van handelskweker: het bedrijf van het kweken, vermeerderen of telen van bloemkwekerijproducten, groenten of fruit en het verkopen daarvan aan in dit lid sub b genoemde afnemers;
f. onderneming: een onderneming waarin het bedrijf wordt uitgeoefend waarvoor het bedrijfschap is ingesteld:
g. ondernemer: de natuurlijke of rechtspersoon die een onderneming drijft waarvoor het bedrijfschap is ingesteld.
2. Onder bloemkwekerijproducten wordt niet verstaan het uitgangsmateriaal voor die producten.
a. groothandel: het bedrijf van het kopen van aardappelen, bloemkwekerij-producten, groenten of fruit, met uitzondering van pootaardappelen en het verkopen daarvan: 1°. aan wederverkopers;
2°. aan instellingen, tenzij dit geschiedt in verband met het verkopen aan particulieren;
3°. aan natuurlijke of rechtspersonen die het gekochte in een door hen gedreven bedrijf of inrichting aanwenden;
1°. aan wederverkopers;
2°. aan instellingen, tenzij dit geschiedt in verband met het verkopen aan particulieren;
3°. aan natuurlijke of rechtspersonen die het gekochte in een door hen gedreven bedrijf of inrichting aanwenden;
b. de groothandel in pootaardappelen: het bedrijf van het kopen van pootaardappelen en het verkopen daarvan aan wederverkopers, of aan natuurlijke of rechtspersonen die het gekochte – al dan niet tezamen met het verkopen van pootaardappelen aan particulieren – aanwenden in een door hen gedreven onderneming;
c. het bedrijf van commissionair: het bedrijf van het op eigen naam of op naam van anderen sluiten van overeenkomsten van koop en verkoop van aardappelen, bloemkwekerijproducten, groenten of fruit, of van het – anders dan door het houden van veilingen – bemiddelen bij de totstandkoming van zodanige overeenkomsten;
d. het bedrijf van tussenpersoon: het bedrijf van het op order van en voor rekening van anderen – al dan niet op eigen naam – sluiten van overeenkomsten van koop en verkoop van aardappelen, bloemkwekerijproducten, groenten of fruit, of van het – anders dan door het houden van veilingen – bemiddelen bij de totstandkoming van zodanige overeenkomsten;
e. het bedrijf van handelskweker: het bedrijf van het kweken, vermeerderen of telen van bloemkwekerijproducten, groenten of fruit en het verkopen daarvan aan in dit lid sub b genoemde afnemers;
f. onderneming: een onderneming waarin het bedrijf wordt uitgeoefend waarvoor het bedrijfschap is ingesteld:
g. ondernemer: de natuurlijke of rechtspersoon die een onderneming drijft waarvoor het bedrijfschap is ingesteld.
2. Onder bloemkwekerijproducten wordt niet verstaan het uitgangsmateriaal voor die producten.