BWBR0013477
Geldig vanaf 2003-01-01
Artikel 18
Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap Agrarische Groothandel
1. De opheffing van de bedrijfslichamen tast de rechtskracht van de door deze lichamen wettig opgelegde heffingsaanslagen niet aan.
2. Bij de inning van nog niet betaalde heffingsaanslagen van de bedrijfslichamen oefent de voorzitter van het hoofdbedrijfschap zo nodig de in artikel 127 van de wettoegekende bevoegdheden uit.
3. Het hoofdbedrijfschap kan, voorzover dit voor de voldoening van de schulden van een van de bedrijfslichamen noodzakelijk is, bij verordening aan de ondernemers in het betrokken deel van het bedrijfsleven een heffing opleggen volgens de bij de laatstelijk opgelegde algemene heffing van het betrokken bedrijfslichaam gehanteerde maatstaven.
4. Ten aanzien van een heffingsverordening als bedoeld in het derde lid en de krachtens die verordening opgelegde aanslagen zijn de artikelen 126en 127 van de wetvan overeenkomstige toepassing.
2. Bij de inning van nog niet betaalde heffingsaanslagen van de bedrijfslichamen oefent de voorzitter van het hoofdbedrijfschap zo nodig de in artikel 127 van de wettoegekende bevoegdheden uit.
3. Het hoofdbedrijfschap kan, voorzover dit voor de voldoening van de schulden van een van de bedrijfslichamen noodzakelijk is, bij verordening aan de ondernemers in het betrokken deel van het bedrijfsleven een heffing opleggen volgens de bij de laatstelijk opgelegde algemene heffing van het betrokken bedrijfslichaam gehanteerde maatstaven.
4. Ten aanzien van een heffingsverordening als bedoeld in het derde lid en de krachtens die verordening opgelegde aanslagen zijn de artikelen 126en 127 van de wetvan overeenkomstige toepassing.