BWBR0013477
Geldig vanaf 2003-01-01
Artikel 14
Instellingsbesluit Hoofdbedrijfschap Agrarische Groothandel
1. Het Bedrijfschap voor de Groothandel en de Tussenpersonen in Aardappelen, het Bedrijfschap voor de Groothandel in Bloemkwekerijprodukten en het Bedrijfschap voor de Groothandel en de Tussenpersonen in Groenten en Fruit zijn opgeheven.
2. Voor de toepassing van dit hoofdstukwordt onder bedrijfslichamen verstaan: de in het eerste lid genoemde bedrijfschappen.
3. Onverminderd het feit dat de bedrijfslichamen vanaf de inwerkingtreding van dit besluit zijn opgeheven, blijven de in bijlage Avermelde, door de bedrijfslichamen vastgestelde verordeningen en andere besluiten van kracht tot de datum waarop de door het hoofdbedrijfschap vastgestelde verordeningen en andere besluiten ter zake in werking zullen treden.
4. De rechten, lasten en verplichtingen van de bedrijfslichamen ten opzichte van hun personeel, gaan over naar het hoofdbedrijfschap.
5. De rechten en de verplichtingen van de gewezen werknemers van de bedrijfslichamen blijven na de opheffing in stand.
6. Voorzover de rechten en verplichtingen betrekking hebben op pensioenverzekeringen en VUT-aanspraken, worden zij na de opheffing van de bedrijfslichamen overgenomen dan wel voortgezet door het hoofdbedrijfschap.
2. Voor de toepassing van dit hoofdstukwordt onder bedrijfslichamen verstaan: de in het eerste lid genoemde bedrijfschappen.
3. Onverminderd het feit dat de bedrijfslichamen vanaf de inwerkingtreding van dit besluit zijn opgeheven, blijven de in bijlage Avermelde, door de bedrijfslichamen vastgestelde verordeningen en andere besluiten van kracht tot de datum waarop de door het hoofdbedrijfschap vastgestelde verordeningen en andere besluiten ter zake in werking zullen treden.
4. De rechten, lasten en verplichtingen van de bedrijfslichamen ten opzichte van hun personeel, gaan over naar het hoofdbedrijfschap.
5. De rechten en de verplichtingen van de gewezen werknemers van de bedrijfslichamen blijven na de opheffing in stand.
6. Voorzover de rechten en verplichtingen betrekking hebben op pensioenverzekeringen en VUT-aanspraken, worden zij na de opheffing van de bedrijfslichamen overgenomen dan wel voortgezet door het hoofdbedrijfschap.