BWBR0013315
Geldig vanaf 19-09-2002
Artikel 12
Nadere regeling prudentieel toezicht effectenverkeer 2002
1. In het geval een effecteninstelling, zijnde een kredietinstelling, voornemens is een medewerker in dienst te nemen die werkzaam zal zijn op het gebied van de door de wet bestreken en door de effecteninstelling, zijnde een kredietinstelling, uitgeoefende diensten, wint de effecteninstelling, zijnde een kredietinstelling, in het kader van zijn oordeelsvorming over de deskundigheid en betrouwbaarheid van betrokkene ten minste schriftelijke inlichtingen in bij de werkgever of werkgevers bij welke betrokkene gedurende de laatste 5 jaar werkzaam is geweest.
2. De effecteninstelling, zijnde een kredietinstelling, is verplicht van betrokkene als bedoeld in het eerste lid te eisen dat deze onvoorwaardelijk toestemming verleent voor het inwinnen van inlichtingen.
3. Een effecteninstelling waaraan inlichtingen over een betrokkene als bedoeld in het eerste lid worden gevraagd is verplicht deze inlichtingen schriftelijk dan wel elektronisch binnen drie weken na de in het eerste lid bedoelde aanvraag te verstrekken.
2. De effecteninstelling, zijnde een kredietinstelling, is verplicht van betrokkene als bedoeld in het eerste lid te eisen dat deze onvoorwaardelijk toestemming verleent voor het inwinnen van inlichtingen.
3. Een effecteninstelling waaraan inlichtingen over een betrokkene als bedoeld in het eerste lid worden gevraagd is verplicht deze inlichtingen schriftelijk dan wel elektronisch binnen drie weken na de in het eerste lid bedoelde aanvraag te verstrekken.
- Citeren als
- Art. 12
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0013315
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl