BWBR0013289
Geldig vanaf 2001-12-28
Artikel 7
Regeling capaciteitsvermindering zeevisserij 2002
1. De subsideontvanger is verplicht om binnen drie maanden, te rekenen vanaf de datum van de beschikking tot subsidieverlening, ervoor zorg te dragen dat:
a. hetzij de sloop van het vissersvaartuig, hetzij de definitieve overbrenging van het vissersvaartuig naar een derde land, hetzij de definitieve bestemming van het vissersvaartuig voor andere doeleinden dan de visserij heeft plaatsgevonden, waarbij in het laatstbedoelde geval de op het vissersvaartuig aanwezige vistuigen en de overige apparatuur specifiek bestemd en geschikt voor de visserij zijn verwijderd,
b. de inschrijving van het vissersvaartuig in het visserijregister, bedoeld in artikel 4 van het besluit, is doorgehaald,
c. de lettertekens en de nummers van het vissersvaartuig, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Registratieregeling vissersvaartuigen 1998, zijn verwijderd en
d. de teboekstelling van het vissersvaartuig in rubriek V van het register, bedoeld in artikel 193 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, ongedaan is gemaakt;
e. in geval van subsidieverlening op grond van artikel 2, eerste lid, onderdeel b, de eigendomsoverdracht heeft plaatsgevonden.
2. De minister kan de in het eerste lid genoemde termijn op een met redenen omkleed verzoek van de subsidieontvanger éénmalig met ten hoogste vier weken verlengen.
a. hetzij de sloop van het vissersvaartuig, hetzij de definitieve overbrenging van het vissersvaartuig naar een derde land, hetzij de definitieve bestemming van het vissersvaartuig voor andere doeleinden dan de visserij heeft plaatsgevonden, waarbij in het laatstbedoelde geval de op het vissersvaartuig aanwezige vistuigen en de overige apparatuur specifiek bestemd en geschikt voor de visserij zijn verwijderd,
b. de inschrijving van het vissersvaartuig in het visserijregister, bedoeld in artikel 4 van het besluit, is doorgehaald,
c. de lettertekens en de nummers van het vissersvaartuig, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Registratieregeling vissersvaartuigen 1998, zijn verwijderd en
d. de teboekstelling van het vissersvaartuig in rubriek V van het register, bedoeld in artikel 193 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, ongedaan is gemaakt;
e. in geval van subsidieverlening op grond van artikel 2, eerste lid, onderdeel b, de eigendomsoverdracht heeft plaatsgevonden.
2. De minister kan de in het eerste lid genoemde termijn op een met redenen omkleed verzoek van de subsidieontvanger éénmalig met ten hoogste vier weken verlengen.