BWBR0013289
Geldig vanaf 2001-12-28
Artikel 3
Regeling capaciteitsvermindering zeevisserij 2002
1. De minister kan per kalenderjaar voor ieder afzonderlijk segment periodes vaststellen waarin een aanvraag voor subsidieverlening als bedoeld in artikel 2kan worden ingediend.
2. De minister stelt voor de aanvraagperiode, bedoeld in het eerste lid, per segment een subsidieplafond vast voor de op grond van deze regeling te verstrekken subsidies.
3. De minister verdeelt het beschikbare bedrag in volgorde van ontvangst van de aanvragen tot subsidieverlening, met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrechtde gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag volledig is, als datum van ontvangst geldt.
4. Indien door toewijzing van aanvragen met dezelfde datum van ontvangst het subsidieplafond zou worden overschreden, geschiedt de toewijzing aan de hand van het rangschikken van de aanvragen, waarbij telkenmale de hoogst gerangschikte aanvraag voor het eerst voor toewijzing in aanmerking komt. De rangschikking vindt plaats volgens loting, welke geschiedt door een door de minister aan te wijzen notaris.
5. Voor de toepassing van het vierde lid komen uitsluitend aanvragen in aanmerking ten aanzien waarvan als datum van ontvangst geldt de dag waarop het subsidieplafond zou worden overschreden.
6. De minister kan besluiten dat, indien het subsidieplafond, bedoeld in het tweede lid, is of zal worden overschreden, geen aanvragen tot subsidieverlening meer kunnen worden ingediend.
7. Besluiten als bedoeld in het eerste, tweede en zesde lid worden gepubliceerd in de Staatscourant.
2. De minister stelt voor de aanvraagperiode, bedoeld in het eerste lid, per segment een subsidieplafond vast voor de op grond van deze regeling te verstrekken subsidies.
3. De minister verdeelt het beschikbare bedrag in volgorde van ontvangst van de aanvragen tot subsidieverlening, met dien verstande dat wanneer de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrechtde gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aanvraag volledig is, als datum van ontvangst geldt.
4. Indien door toewijzing van aanvragen met dezelfde datum van ontvangst het subsidieplafond zou worden overschreden, geschiedt de toewijzing aan de hand van het rangschikken van de aanvragen, waarbij telkenmale de hoogst gerangschikte aanvraag voor het eerst voor toewijzing in aanmerking komt. De rangschikking vindt plaats volgens loting, welke geschiedt door een door de minister aan te wijzen notaris.
5. Voor de toepassing van het vierde lid komen uitsluitend aanvragen in aanmerking ten aanzien waarvan als datum van ontvangst geldt de dag waarop het subsidieplafond zou worden overschreden.
6. De minister kan besluiten dat, indien het subsidieplafond, bedoeld in het tweede lid, is of zal worden overschreden, geen aanvragen tot subsidieverlening meer kunnen worden ingediend.
7. Besluiten als bedoeld in het eerste, tweede en zesde lid worden gepubliceerd in de Staatscourant.